Paleis Huis ten Bosch

Description

Paleis Huis ten Bosch in Den Haag is een 17e-eeuws buitenverblijf van de Nederlandse regerende familie, het Huis Oranje-Nassau. Het paleis ligt in het Haagse Bos ('Haagse Hout') tussen de Bezuidenhoutseweg en de Benoordenhoutseweg.

De hoofdentree is aan de Leidsestraatweg, aan de noordwestkant van het paleis. Aan de Bezuidenhoutseweg is ook een entree. Paleis Huis ten Bosch is eigendom van de Staat (Rijksvastgoedbedrijf) en behoort tot de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Het is conform de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis om niet ter beschikking gesteld aan de koning en zijn gezin. De landelijke overheid is verantwoordelijk voor de bouwkundige staat, stoffering en inrichting.

Geschiedenis

Republiek

Paleis Huis ten Bosch is gebouwd in de 17e eeuw. Op 2 september 1645 legde de voormalige koningin Elizabeth van Bohemen, een aangehuwde nicht van stadhouder Frederik Hendrik, de eerste steen voor wat de Sael van Oranje moest gaan heten; een zomerverblijf voor Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms. Pieter Post was de architect. Hij werkte in de stijl van het Hollands classicisme.

Toen Frederik Hendrik in 1647 overleed, maakte Amalia van Solms van het paleis een monument ter nagedachtenis aan haar man. De centrale koepelzaal (de "Oranjezaal") werd geheel gedecoreerd met schilderingen die het leven en glorie van Frederik Hendrik afbeelden, met onder meer werk van Thomas Willeboirts Bosschaert. Na het overlijden van Amalia van Solms kwam het paleis in handen van haar dochters. Albertine Agnes van Nassau, die als enige in de republiek woonde, kreeg het vruchtgebruik. Dit verkocht ze een paar jaar later aan haar neef Willem III van Oranje. Toen deze in 1702 kinderloos overleed, kwam het paleis in handen van koning Frederik Willem I van Pruisen, een nazaat van Frederik Hendrik. Deze gaf in 1732 het paleis terug aan de Oranjes. Alle andere paleizen hield hij als gevolg van het Traktaat van Partage. Stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau was genoodzaakt het paleis grondig te renoveren. Tevens breidde hij het uit. Zo werden naar ontwerp van Daniël Marot onder andere twee vleugels aan het paleis gebouwd (deze zouden de Haagse vleugel en de Wassenaarse vleugel gaan heten) en werd het voorhuis vergroot en van een verdieping voorzien. Zowel Willem IV als Willem V van Oranje-Nassau verbleven er regelmatig. Onder de bewoning van de laatste stadhouder en zijn echtgenote kwam de inrichting van de Japanse zaal tot stand.

Bataafse-Franse tijd (1795–1813)

Na de Franse inval van de Republiek in 1795 werd paleis Huis ten Bosch in beslag genomen als oorlogsbuit en overgedragen aan de Staat. Het meubilair werd grotendeels verkocht. Het gebouw deed dienst als gevangenis tijdens de omwenteling in 1795 en drie jaar later onder het Uitvoerend Bewind. Vervolgens werd het bestemd als museum, de "Nationale Konst-Galerij" was toegankelijk voor zes stuivers op initiatief van Alexander Gogel. In dezelfde periode werd een deel van het paleis verhuurd aan een bordeel. In 1805 was het paleis woonhuis voor raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck en vervolgens voor Lodewijk Napoleon, die in 1806 tot koning van Holland werd benoemd. Hij stond het paleis in 1807 tijdelijk af als noodopvang voor de slachtoffers van de Leidse buskruitramp.

Hoewel Lodewijk Napoleon slechts kort in Huis ten Bosch woonde, had hij een grote invloed op de inrichting van het paleis. Veel van het meubilair dat hij invoerde, staat tot op de dag van vandaag in het paleis. De volgende gebruiker was de Franse gouverneur Charles-François Lebrun.

Koninkrijk

Toen in 1815 Nederland een monarchie werd met koning Willem I aan het hoofd, werd Huis ten Bosch weer woonhuis van de Oranjes. Bij de scheiding van tafel en bed tussen koning Willem III en koningin Sophie, op 25 december 1855, kreeg de laatste Huis ten Bosch toegewezen als zomerverblijf. Na haar overlijden in 1877 stond het lange tijd leeg.

Koningin Wilhelmina stelde het paleis in 1899 en 1907 beschikbaar voor de Haagse vredesconferenties. Zelf verbleef ze 's winters op Paleis Noordeinde en 's zomers op Het Loo. Maar toen ze van 1914 tot 1918 vanwege de oorlog aan de landsgrenzen Den Haag niet kon verlaten, werd Huis ten Bosch haar tijdelijke zomerresidentie.

Bijna was Paleis Huis ten Bosch in de Tweede Wereldoorlog afgebroken door de Duitse bezetters, omdat er een tankgracht voor de verdediging van Den Haag moest worden aangelegd. Afbraak kon voorkomen worden, maar wel raakte het gebouw tijdens de oorlog zwaar beschadigd. De kunstschatten waren tijdig opgeslagen. Na de oorlog werd het paleis gerestaureerd en weer bewoonbaar gemaakt. Koningin Juliana en prins Bernhard ontvingen van het Nederlandse volk de tuinbeplanting als cadeau voor hun 12½-jarig huwelijk.

In 1981 (een jaar na haar aantreden) betrok koningin Beatrix met haar gezin het paleis. Na haar abdicatie op 30 april 2013 is zij hier officieel tot 4 februari 2014 blijven wonen. De privévertrekken van Beatrix waren in de Wassenaarse vleugel. De Haagse vleugel werd gebruikt als gastenverblijf en voor ondersteunende doeleinden. Het hoofdgebouw had een representatieve functie - hier werden de kabinetten gepresenteerd en belangrijke buitenlandse gasten ontvangen. Naast Huis ten Bosch gebruikte Beatrix Paleis Noordeinde als 'werkpaleis'.

In juni 2015 werd bekendgemaakt dat Paleis Huis ten Bosch tot eind 2018 wordt verbouwd. Het moet geschikt gemaakt worden voor bewoning door koning Willem-Alexander; ook was er achterstallig onderhoud aan het paleis. De kosten worden begroot op 59 miljoen euro.

Oranjezaal

De Oranjezaal, gelegen onder de centrale koepel van het classicistische gebouw, is een belangrijk monument van de Gouden Eeuw. De schilderstukken in deze zaal zijn aangebracht als nagedachtenis aan stadhouder Frederik Hendrik, die in 1647 overleed. Ze werden tussen 1648 en 1651 uitgevoerd door een aantal schilders die geselecteerd waren door Jacob van Campen en Constantijn Huygens in samenwerking met de weduwe van Frederik Hendrik, Amalia van Solms. De gekozen schilders waren leerlingen van of werkten in de stijl van Rubens en werden beschouwd als de voornaamste destijds levende schilders van historiestukken in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. De opdracht voor het decoreren van deze zaal was een van de belangrijkste uit de Nederlandse Gouden Eeuw en heeft daarom een groot historisch en artistiek belang. De ontstane 31 werken op groot formaat vormen een lof- en lijkrede op Frederik Hendrik en zijn een staalkaart van de contemporaine schilderkunst.

Naast Jacob van Campen zelf zijn de schilders Theodoor van Thulden, Caesar van Everdingen, Salomon de Bray, Thomas Willeboirts Bosschaert, Jan Lievens, Christiaen van Couwenbergh, Pieter Soutman, Gonzales Coques, Jacob Jordaens, Pieter de Grebber, Adriaen Hanneman en Gerard van Honthorst vertegenwoordigd.

Toegankelijkheid

Het paleis en de tuinen waren vroeger af en toe toegankelijk voor publiek, maar sinds koningin Beatrix hier haar intrek nam is het terrein hermetisch afgesloten en geheel door hekken omringd. In de aanloop naar de restauratie (2015) is de Oranjezaal onder voorwaarden tijdelijk opengesteld voor publiek.

Replica's

Een Japanse replica van dit paleis staat in het attractiepark Huis ten Bosch bij Nagasaki. De replica huisvest een museum voor Japanse en internationale kunstenaars.

Ook in het gesloopte Holland-dorp van de Nederlands-Chinese zakenman Yang Bin bij Shenyang stond een replica van Paleis Huis ten Bosch.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Paleis_Huis_ten_Bosch

Address


Den Haag
Nederland

Lat: 52.093425751 - Lng: 4.344368935