Description
Halle (Frans: Hal) is een plaats en stad in de Belgische provincie Vlaams-Brabant. Zij is de hoofdplaats van zowel het gerechtelijkeals het administratieve kanton Halle, alsook zetel van een politierechtbank. De stad telt ruim 38.000 inwoners. Halle maakt deel uit van de regio Zennevallei en ligt aan de rand van het Pajottenland.
Geschiedenis
Grenzen speelden in de geschiedenis van Halle een bepalende rol. Tot aan de Franse Revolutie hing dit gebied in mindere of meerdere mate van het graafschap Henegouwen af.
IJzertijd
Dat er in Halle reeds in de IJzertijd een nederzetting was, is verre van denkbeeldig. Op de plaats van de post, waar vroeger hetmiddeleeuwse Sint-Elooishospitaal stond, werden potscherven uit de Prehistorie (de late La Tène-periode of 5e tot 4e eeuw voor onze tijdrekening) gevonden.
Gallo-Romeinse tijd
Toen de Romeinen deze gewesten veroverden, leefde er de stam van de Nerviërs. Tot op heden weet men niet met zekerheid of de Nerviërs gegermaniseerde Kelten of "gekeltiseerde" Germanen waren.
Middeleeuwen
De heilige Waltrudis (ook Waldetrudis, Duits Waltraud, Frans Waudru), een belangrijk lid van de Frankische dynastie derMerovingers, bezat een eigengoed in Halle. Zij schonk dit landgoed in 686 aan het kapittel van de abdij van Bergen dat zij in 661had gesticht. Waltrudis werd na haar dood (688?) heilig verklaard en begraven in de abdij van Bergen. Door erfenissen kregen later achtereenvolgens de graven van Henegouwen, de hertogen van Bourgondië en de Habsburgse vorsten voogdijschap over Halle en omgeving.
Tot het landgoed van Halle behoorde ook een uitgestrekt bos op de heuvels ten oosten van de stad, het Hallerbos. Omdat het zo afgelegen was, lieten de Henegouwse landheren het beheer over aan het kapittel van Brussel dat daarvoor een derde van de opbrengst kreeg. Samen met het Zoniënwoud, het Meerdaalwoud en Buggenhout-bos vormt het Hallerbos de laatste resten van het oorspronkelijke Kolenwoud, een oerbos dat zich vóór de komst van de Romeinen uitstrekte van de Zenne tot de Maasvallei.
Een andere bron vermeldt dat de heilige Hubertus (bisschop van Tongeren en Luik, de patroonheilige van de jagers), die omstreeks705 zijn bekeringswerk in Brabant begonnen was, in 727 een eerste bescheiden kerkje te Halle heeft ingewijd, enkele weken vóór hij in Tervuren zou overlijden. Mogelijk was dit kerkje reeds een cultusplaats voor Onze-Lieve-Vrouw. Dat zou kunnen blijken uit het feit dat de bouwmeesters van de crypte in de 14e eeuw een eeuwenoude boomstronk met respect behandelden, misschien omdat op deze boom ooit het allereerste Mariabeeld prijkte? Of is deze boom een getuigenis van een vóórchristelijke, Keltische vruchtbaarheidscultus?
Geleidelijk moet uit het oorspronkelijke landgoed een belangrijke leefgemeenschap zijn gegroeid, want in een keure uit 1225 verleent Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen én Henegouwen, stedelijke vrijheden aan Halle.
Het "wonderbeeld" van Onze-Lieve-Vrouw werd in 1267 aan de stad geschonken door Aleidis, dochter van Floris IV van Holland. In hun machtsstrijd tegen de hertogen van Brabant kwam het voor de graven van Henegouwen goed uit dat het grensstadje Halle aan belang won. Reeds in 1286 bestond er een rijkelijk begiftigde Mariakapel te Halle. Pausen en bisschoppen verleenden aflaten aan ieder die debedevaartplaats bezocht. Vorsten als Eduard I van Engeland en keizer Lodewijk de Beier vereerden Halle met een bezoek (beiden waren zwagers van graaf Willem II van Henegouwen).
Ancien Regime
Reeds in de eerste helft van de 14e eeuw waren de oude parochiekerk en de Mariakapel te klein geworden om de stroom bezoekers te verwerken en besloot men om een nieuwe, grote kerk te bouwen. In 1341 begonnen de werkzaamheden. In 1410 was de nieuwe kerk nagenoeg voltooid; op 25 februari werd ze ingewijd door Peter van Ailly, bisschop van Kamerijk, waaronder Henegouwen toen ressorteerde. Toch zouden de bouwwerkzaamheden aanhouden tot 1470.
Dat Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, in 1404 te Halle overleed, was in feite een meevaller voor de reeds bloeiende bedevaartplaats. Sindsdien bezochten alle Bourgondische hertogen, hun familieleden, raadsheren, opvolgers en andere regerende vorsten Halle en lieten er rijkelijke giften achter. De latere koning Lodewijk XI van Frankrijk liet in 1460 zijn vroeggestorven zoontje Joachim begraven in de Onze-Lieve-Vrouwkapel.
De strategische ligging van Halle in het grensgebied tussen Henegouwen, Brabant en Vlaanderen zou echter ook geregeld voor problemen zorgen. Toen Maria van Bourgondië in 1482 overleed, keerden de grote Vlaamse en Brabantse steden zich tegen haar autoritaire echtgenoot Maximiliaan van Habsburg, die het moeilijk had met de stedelijke privileges. Zo ook het nabije Brussel. Als Henegouwse stad behoorde Halle echter tot het kamp van Maximiliaan. In 1489 belegerde een Brussels leger onder de leiding van Filips van Kleef tweemaal Halle, maar slaagde er niet in om de stad te veroveren.
Toen Karel V op weg was van het Iberische schiereiland naar het Heilig Roomse Rijk om zich tot keizer te laten kronen, heeft hij een omweg over Halle gemaakt om de zwarte madonna te danken voor zijn verkiezing.
In de 16e eeuw bleef Halle relatief gespaard van de ergste godsdienstige troebelen en van de Beeldenstorm, maar in 1580 werd het nogmaals bedreigd door het nabije Brussel, waar Olivier van den Tympel door Willem de Zwijger aangesteld was tot militair gouverneur, met de bedoeling om de Spanjaarden te bestrijden in het Brabantse. In 1579, bij de ondertekening van de Unie van Atrecht, verkoos Henegouwen echter in het katholieke kamp te blijven, tot ergernis van het calvinistische Brussel. In 1580 probeerde Van den Tympel Halle tevergeefs met verrassingsaanvallen in te nemen, verzekerd van de rijke buit die daar in het bedevaartsoord op hem te wachten lag. Mislukte belegeringen en aanvallen in minder dan een eeuw tijd deden de legende ontstaan dat het miraculeuze Mariabeeld persoonlijk haar stad had beschermd. Ondanks de onrust in het land bleven de bedevaarders in Halle toestromen.
Vóór zijn huwelijk met zijn achternicht Isabella van Spanje kwam aartshertog Albrecht van Oostenrijk op 13 juli 1598 eerst naar Halle, waar hij zijn kardinaalspurper aflegde op het hoofdaltaar van de kerk. Na hun machtsovername verbleven Albrecht en Isabella nog vaak in de stad. Met de steun van de aartshertogen kwamen ook de jezuïeten in 1621 naar Halle; zij startten er met hun onderwijssysteem en hadden grote invloed op het religieuze leven.
In 1648 verpandde koning Filips IV van Spanje Halle en het Hallerbos aan de hertog van Arenberg, als onderpand voor een lening. Toen de koning zijn schuld niet kon aflossen werd de hertog in 1655 heer van Halle en eigenaar van twee derde van het bos. Het kapittel van Sint-Waltrudis bleef eigenaar van een derde. Om een einde te maken aan eindeloze burenruzies lieten de eigenaars het bos in 1779 opmeten. Ze plaatsten 24 piramidevormige grenspalen met aan de ene kant het opschrift SW ("van Sint Waltrudis") en aan de andere kant AR ("voor Arenberg"). Daarvan staan er nog altijd negentien in het bos.
De oorlogen van Lodewijk XIV van Frankrijk brachten de stad zware schade toe; de wallen werden gesloopt. Het economische leven kwijnde weg terwijl tijdens het Oostenrijkse bewind in de 18e eeuw de bedevaart levendig als voordien bleef.
De Franse overheersing was een moeilijke periode; het gedachtegoed van de Franse Revolutie was niet bepaald heilzaam voor het religieuze leven in het algemeen en werd door de Hallenaren niet geapprecieerd. Het wonderbeeld en de kerkschatten ontsnapten ternauwernood aan de confiscatie, dankzij het initiatief en de inzet van enkele burgers. De Franse overheid ontbond het kapittel van Bergen; zo werden de hertogen van Arenberg de enige eigenaar van het Hallerbos. Het was toen nog maar 644 ha groot, de rest was gerooid om er landbouwgrond van te maken.
Toen de eredienst onder Napoleon Bonaparte weer werd hersteld (zie: Concordaat van 15 juli 1801), kon het beeld zijn vroegere plaats innemen. De bedevaarders vonden de weg naar Halle terug. Bij de pinksterfeesten van 1805 zouden er 150.000 geteld zijn.
Tijdens de Franse overheersing maakte het deel uit van het Dijledepartement.
Moderne Tijd
De traditie van vorstelijke bezoeken werd ook door het Belgisch koningshuis in ere gehouden; de koningsparen Boudewijn I en Fabiola en Albert II en Paola bezochten de stad. Na het huwelijk van kroonprins Filip en prinses Mathilde schonk het prinsenpaar het bruidsboeket van de prinses aan de kerk van Halle.
Als laatste blijk van hoge waardering van de Mariaverering in Halle verleende paus Pius XII in 1946 de Martinuskerk de eretitel "Onze-Lieve-Vrouwebasiliek".
Het huidige Halle ontstond bij de bestuurlijke hervorming van 1977 door samenvoeging van de opgeheven gelijknamige gemeente met Buizingen en Lembeek.
Op maandag 15 februari 2010 vond het treinongeval bij Buizingen, een deelgemeente van Halle, plaats. Tijdens deze dramatische gebeurtenis kwamen 18 mensen om het leven nadat 's ochtends twee passagierstreinen frontaal op elkaar botsten.
Bezienswaardigheden
- De gotische Sint-Martinusbasiliek is tussen 1341 en 1467 gebouwd in Brabantse hooggotiek. Ze bevat verscheidene kunstschatten, onder andere een miraculeus Mariabeeld (een zwarte Madonna uit ca. 1250), een koperen, gotische doopvont (1446, een werk uit Doornik van Guillaume Le Fèvre), een albasten Martinusaltaar (1533, werk van Jean Mone, "keizerlijk meester-kunstenaar", een geschenk van keizer Karel V). In de crypte bevinden zich onder andere een reliekschrijn geschonken door koningLodewijk XI van Frankrijk en een monstrans geschonken door koning Hendrik VIII van Engeland.
- Vlaamse Renaissancestadhuis van Halle uit 1616.
- voormalig jezuïetencollege (nu Servaisacademie voor muziek, woord en dans) uit 1650.
Cultuur
De inwoners van het Halle van vóór de fusie worden "Vaantjesboeren" genoemd:
- "boer" wordt hier gebruikt in de betekenis van "verkoper" of "venter", zoals bij "melkboer" of "patattenboer";
- "vaantje" verwijst naar vlaggetjes waarop de zwarte madonna al dan niet met kanonballen staat afgebeeld. Zo'n vlaggetje werd tijdens processies of als bewijs van het afleggen van een bedevaart naar Halle verkocht.
Vermelde bijnaam is niet van toepassing op de inwoners van het Halse gehucht Essenbeek die "Zavelkoppen" genoemd worden.
Address
Hal
België
Lat: 50.737571716 - Lng: 4.232510090






