Description
Het Fort van Flémalle is een van de twaalf forten dat de versterkte positie van Luik maakt op het einde van de 19de eeuw in België. Het werd gebouwd tussen 1888 en 1892 volgens de plannen van Generaal Brialmont. In tegenstelling tot de Franse forten gebouwd in dezelfde periode door Raymond Sere de Rivières, werd hij volledig gebouwd met ongewapend beton, nieuw materiaal voor de tijd, in plaats van metselwerk. Het fort werd zwaar gebombaard tijdens de Eerste Wereldoorlog gedurende de strijd van Luik alsook tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werd beschermd en is een museum geworden.
Beschrijving
Het fort is gelegen op 9 kilometer in het zuid-westen van het centrum van Luik en domineert de vallei van de Maas. Het fort is vierhoekig en niet driehoekig, in tegenstelling tot het groot deel van de forten gebouwd door Brialmont. Een gracht van 5 meter diep en van 12 meter breed omringt het fort. De belangrijkste bewapening bevindt zich in het centraal massief. De sloten werden verdedigd door het onderling verbinden van snelvuur kanonnen 57 mm aangebracht in de koffers van contrescarp. Het fort is één van de breedste Luikse forten. Afgezien van het fort van Loncin, bevatten de Belgische forten weinig rantsoenen om aan de dagelijkse leiding te voldoenin tijden van oorlog. De latrines, couches, keukens, mortuarium lagen in de buitenkant van de gracht, een onhoudbare positie tijdens de oorlog. Dit zal belangrijke gevolgen hebben tijdens langdurige oorlogen. De dienstzone was geplaatst rechtover de kazernes die openden op de gracht achteraan het fort (richting Luik) met een mindere verdediging dans de 2 laterale grachten. De achterkant van de Brialmont forten waren minder beschermd om de herovering van het belgisch leger te vergemakkelijken. Men kon, naast de kazernes en de gemeenschappelijke delen, de achter gracht vinden dat zorgde voor een natuurlijk licht en ventilatie. Tijdens het gevecht, maakten de schoten van het artillerie de gracht onhoudbaar waardoor de duitser langs achter de forten konden aanvallen.
In1940, werden de kanonnen vervangen door mitrailletten. De bewapening van het fort bestond, in 1914, uit 2 koepels van 12 cm, 2 koepels van 210, een koepel van 150 en een intrekbare koplamp. De 4 saillants bevatten elk een koepel van 5.7, deze koepel waren de enige intrekbare koplampen. In 1940, bevat de bewapening slecht 1 koepel van 105 mm, 1 van 150 mm en een Mi-Lg koepel. De koplamp koepel werd vervangen door een speciale klok vervaardigd door de F.R.C. (Fonderie Royale des Canons).
Bewapening
Oospronkelijk bevatte de bewapening van het fort van Flemalle twee Grüsonwerke revolverkoppen met een Krupp houwitser, een Creusto revolverkop met 2 kanonnen van 15 cm en twee Châtillon-Commentry houwitsers die 2 Krupp kanonnen van 12 cm bevatten. Voor de dichte verdediging, waren er 4 afneembare Grüsonwerke revolverkoppen met een kanon van 57 mm. Er bevond zich op het fort ook een observatiepost met een projector. De bunkers waren uitgerust met 11 snelvuurkanonnen van 57 mm om zo de grachten en achterpoorten te beschermen.
De zware artillerie van het fort bestond uit duiste kanonnen van het merk Krupp terwijl de revolverkoppen van verschillende oorsprong zijn. De communicatie met de forten in de buurt van Loncin en Liers kon gebeuren via lichtsignalen. De kanonnen gebruitkten zwart poeder wat verstikken gas in de kleine plaatsen van het fort verspreidde.
Eerste Wereldoorlog
Luik werd aangevallen op 6 augustus 1914. De forten van Luik waren niet klaar voor de aanval van de duisters die kwamen aanzetten met zware artillerie waaraan de forten niet konden weerstaan. Flémalle was één van de laatste forten om gebombardeerd te worden. Een tijdje na de explosie van het fort van Loncin, stuurden de duitsers gezanten naar de 2 laatste forten nog gehouden door de belgen, Flémalle en Hollogne, en onderlijnen de gevolgen van een doorlopende weerstand.Het garnizoen gaf zich over op 16 augustus 7h10, 10 minuten voor die van Hollogne.
Transformatie door de Duitsers
Wanneer de Duitsers de forten namen, hebben ze gemerkt dat er een aantal gebreken waren. Zij hebben hieraan gewerkt tijdens de bezetting om de forten te kunnen gebruiken als ondersteuning van de infanterie:
- De ventilatie: De ventilatie was in 1914 bijna onbestaand. De Duitsers gaan 2 luchtinlaten creëren, verbonden aan een ondergrondse galerij in het fort. Daar verdeeld een ventilator lucht in de saillants van het fort.
- De elektromotorische kracht: Deze waren vaak defect tijdens de gevechten van 1914. De Duitsers gaan deze installatie vervangen door een motor met zware olie die een alternator in beweging brengt om zo elektriciteit te produceren.
- De opening van de infanterie: Beschermd door simpele roosters en een frontale muur in 1914, gaan de Duitsers een bunker bouwen met verschillende uitgangen waardoor er een betere bescherming was. De bunkers werden afgesloten met deuren die verdeelbaar waren in twee delen.
Tussen-twee-oorlogen
Tijdens de tussen-twee-oorlogen periode, besloot het belgisch leger om de oude forten van de Maas te herbewapenen. Het principe van de herbewapening is gelijk aan alle forten. Dit gebeurd in enkele grote stappen:
- Verkleining van de ruimtes door de oprichting van een nieuw kleine lokaal in het oud lokaal (gemaakt in gewapend beton)
- Plaatsing van een plafond in gegalvaniseerd golfplaten, voorzien om te dienen als verloren bekisting, om waterinfiltraties te voorkomen en om de val van puin tegen te houden.
- Opvullen van de lege ruimten met de opgegraven grond van de lager verdiepen.
Naast de versterkingen van het bestaand fort, werden er lagere netwerken gecreëerd om mannen en munities te beschutten:
Verdiep - 1:vierhoekige of axiale galerij genoemd, hij bediend de koepels via liften en ladders voor de mannen.
Verdiep - 2: G.P. galerijen genoemd (grote diepten), hij dient als verbinding tussen de luchttoren en het ventilator lokaarl. Op deze galerij werd een galerij voor de munities geplaatst, lokalen voor de raketten en een bureau voor de secundaire schoten, bereikbaar via een aantal ladders.
Versterkte positie rond Luik
In 1914, telde de versterkte positie rond Luik 12 Brialmont forten. In 1940 werden er 4 nieuwe forten gebouwd voorop de band van de oude forten. De forten van de rechteroever van de Maes werden herbewapend in de jaren dertif, alsook de twee forten het dichtst bij de Maes, Pontisse en Flemalle. Er werden ook een groot aantal schuilplaatsen gecreëerd om bezeten te worden door het veldleger.
In Flémalle, bestonden de verbetering uit de vervanging van de oorspronkelijke revolverkoppen door vier revolverkoppen met een canon van 75 mm, 1 revolverkop met 2 kanonnen van 105 mm, 1 revolverkop met een canon van 150 mm, 1 revolverknop met een Maxim mitraillette en twee granaatlanceerders alsook de installatie van een anti-aircraft batterij. De ventilatie, de sanitaires, de communicatie en de elektrische installaties werden eveneens verbeterd. De kanonnen van 57 mm werden vervangen door mitrailletten.
Tweede Wereldoorlog
In 1940, bestond het garnizoen van het fort uit 300 mannen, geleid door 6 officiers. De commandant van het fort was toen kapitein-commandant Barbieux. Ten gevolge van de verovering van het fort van Eben-Emael, gelegen in het westen, door de Duitsers, zal Flémalle een grote steun zijn voor de belgische divisies en voor de naburige forten. Op 15 mei werd het fort gebombaard waardoor de torens uit dienst werden verklaard. De dag erna bestormde de duitse infanterie het fort dat zich overgaf en geen enkele vorm van weerstand bood. Het garnizoen ontving de militaire eer voordat het gevangen genomen werd in Köningsberg, Duitsland.
Vandaag
Het fort werd deels beroofd van zijn uitrusting tijdens de duitse bezetting en door een ijzermarchand in de jaren zestig. Het fort wordt in goede staat behouden door een vereniging dat een museum in het fort oprichte in 1992.
Bron https://fr.wikipedia.org/wiki/Fort_de_Fl%C3%A9malle
Address
Flémalle
België
Lat: 50.607841492 - Lng: 5.465269089







