Description
Vilvoorde is een stad in de Belgische provincie Vlaams-Brabant direct ten noorden van Brussel. De stad telt meer dan 43.000 inwoners (2016). Vilvoorde ligt aan de Zenne en het Zeekanaal Brussel-Schelde en was traditioneel een industriestad. De gemeente wordt gerekend tot de streek Brabantse Kouters. Vilvoorde is vergroeid met de Brusselse agglomeratie en is aldus een typevoorbeeld van een voorstad.
Geschiedenis
Vilvoorde ontstond op de plaats waar de Romeinse heirbaan van Asse naar Elewijt de Zenne kruiste. Hiervoor bestond er waarschijnlijk ook al een Nervische nederzetting op deze plaats, waar de Zenne gemakkelijk doorwaadbaar was.
Middeleeuwen
Sinds het einde van de twaalfde eeuw begon Vilvoorde zich te ontbolsteren tot een kleine stad. Vilvoorde was de inzet van een langdurige rivaliteit tussen de hertogen van Brabant en de heren van Grimbergen. Om zich te verzekeren van de steun van de bewoners in de conflicten met het machtige graafschap Vlaanderen, verleende hertog Hendrik I van Brabant in 1192 de stad een vrijheidskeure. De vrijheidskeure liet Vilvoorde toe de stad te omwallen en de ambachtelijke producten vrij te exporteren. Deze relatieve onafhankelijkheid en de rechten die men als inwoner kreeg, lokten heel wat mensen naar Vilvoorde. In 1208 werd deWoluwe omgeleid van Diegem via Machelen naar Vilvoorde om de hertogelijke molens van water te voorzien.
Het hoogtepunt van zijn bloei beleefde Vilvoorde in de 14de eeuw. De stad was een belangrijk centrum dat met Leuven en Brusselwedijverde om de belangrijkste stad van Brabant te worden. Uit deze periode dateren verschillende grote bouwwerken. In 1357 werd de stad helemaal omwald. Deze vesten hadden vijfentwintig wachttorens en vier poorten. Met de bouw van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Goede-Hoopkerk werd gestart in 1342. Het hertogelijk kasteel werd gebouwd in 1375, voornamelijk om te functioneren als staatsgevangenis, maar ook om defensieredenen in de concurrentiestrijd met Brussel en Leuven. De centrale ligging zorgde ervoor dat Vilvoorde militair een sleutelpositie kon innemen. In de 14de eeuw werd het een militair hoofdkwartier en een legerstandplaats, wat het tot in de 21ste eeuw gebleven is.
De handel en de lakennijverheid waren in volle bloei. Tegelijkertijd groeide ook het belang van de Zenne als verkeersader voor het goederenvervoer. De stedelijke nijverheid was voornamelijk gebaseerd op de lakennijverheid en de zandsteengroeves in de buurt. Deze laatsten gebruikten Vilvoorde als binnenhaven op de Zenne.
Vroegmoderne Tijd
Vanaf de 15de eeuw beleefde Vilvoorde een geleidelijke achteruitgang. Een algemeen verval van de lakennijverheid in Vlaanderen, de ontvolking ten gevolge van epidemieën, godsdienstoorlogen en de sterke concurrentie van de sterkgroeiende buur Brussel vormen hiervoor de belangrijkste redenen.
Op 6 oktober 1536 kwam de Engelse protestant William Tyndale die de eerste Engelse Bijbelvertaling verzorgde, te Vilvoorde op beschuldiging van ketterij op de brandstapel terecht. Op 14 september 1568 wordt Jan van Casembroot onthoofd in opdracht van de hertog van Alva. Jan was edelman, dichter en secretaris van graaf van Egmont.
Ondertussen sluimerde de stad langzaam maar zeker in om te verworden tot een onbelangrijk provincienest. Het kasteel viel in puin, de kerken konden niet meer onderhouden worden, de statige herenhuizen vervielen. Dit verval zou blijven aanhouden tot in de 19de eeuw, toen de stad onder de impuls van de Industriële Revolutie een snelle opgang kende.
Aan het einde van de achttiende eeuw werd het vervallen kasteel afgebroken en vervangen door wat toen als de tweede 'moderne' gevangenis van de Zuidelijke Nederlanden werd beschouwd: het Tuchthuis.
19e eeuw
Vilvoorde was een van de eerste Europese steden die genoot van de nieuwe industriële ontwikkeling van de late 19de en vroege 20ste eeuw. Vilvoorde ontwikkelde zich geleidelijk tot een belangrijk industriecentrum. De ligging op enkele kilometer van de hoofdstad en de gemakkelijke verkeersverbindingen stimuleerden die opbloei. In 1835 werd de eerste spoorweg op het vasteland getrokken tussen Brussel en Mechelen, en werd Vilvoorde een van de eerste stopplaatsen. De Willebroekse vaart, die ca. 1830 verdiept werd, zag weldra meerdere fabrieken aan haar oevers gevestigd. Het gebied tussen de Zenne, het kanaal en de spoorweg was een uitgelezen vestigingsplaats voor nieuwe industrieën die gebruik konden maken van de unieke combinatie van verbindingswegen. In het midden van de 19de eeuw werden grote openbare werken tot stand gebracht. Wat overbleef van de middeleeuwse stad moest hiervoor verdwijnen. De resten van de oude wallen en poorten werden gesloopt en geëffend, de Zenne werd buiten de stad gelegd. Het begijnhof, de Pastoorstraat en de Kattestraat verdwenen en in de plaats kwamen brede lanen en pleinen. Het Hanssenspark werd aangelegd en voor de nieuwe rijken werd een nieuwe wijk gebouwd aan het station. Als bekroning werd het oude stadhuis van 1489 afgebroken en een nieuw neoclassicistisch stadhuis gebouwd.
Tussen 1893 en 1896 werd de Zenne overwelfd. Later kreeg deze nog een nieuwe, meer westelijke bedding. De vroegere bedding liep juist ten westen van de Vissersstraat en onder de huidige Zennelaan.
20e en 21e eeuw
In de 19de eeuw had Vilvoorde nog overwegend een provinciaal karakter. De industriële expansie in de 20ste eeuw zou de stad een metamorfose doen ondergaan. De Willebroekse vaart voldeed niet meer aan de moderne scheepvaart. Zij werd van 1900 tot 1922 verbreed en verdiept tot een zeekanaal, geschikt voor schepen van 105 m lengte en 5,80 m diepgang. Vilvoorde kreeg een binnenhaven langs het kanaal, later nog met dokken uitgebreid. De kanaalzone werd de geschiktste plaats voor de vestiging van nieuwe fabrieken.
Bedrijven met klinkende namen vestigden zich in Vilvoorde:
- Kantfabriek Legrand (textiel, 1864-1982) in de stationswijk
- Hanssens-Hap (eerst textiel, later maalderij en voedingswaren)
- Delacre (koekjes, 1880-1992)
- Favier (in de volksmond ’t Poeierke, buskruit, 1887-1919), nu de Kruitfabriek.
- Duché (chemie, 1890-heden)
- Molens Drie Fonteinen (maalderij, 1893-1984) aan het kanaal
- Forges de Clabecq (cokes, 1912-1986) ten noordwesten van het centrum
- Ça-va-seul (poetsmiddelen, 1919-1989)
- Fobrux (metaalgieterij, 1920-1970) vlak bij de grens met Haren
- National Radiator Company en Ideal Standard (sanitair) in de Radiatorenstraat
- Scapi (sanitaire kranen en fittings)
- Almo Luxe (keukengerei)
- Levis (verf), nu AkzoNobel
- L’Industrielle (bedrijvencentrum, 1924-1970), gebouwen nu in gebruik door Woestijnvis, Humo en SBS Belgium en de Kruitfabriek.
- Renault (auto's, 1925-1997)
Gas- en cokesfabrieken en elektriciteitscentrales zorgden voor de nodige energie:
- stedelijke gasfabriek (later Sibelgas) naast de kerk in het centrum van de stad, wordt nu omgebouwd tot assistentiewoningen
- gas- en cokesfabriek van Forges de Clabecq
- thermische centrale van Electrabel, gebouwd in 1960 als de centrale thermique de Pont-Brûlé door Interbrabant en in 2009 verkocht aan E.ON
De verschillende fabrieken in Vilvoorde werden bediend door de Chemin de Fer Industriel, die actief was van 1908 tot 1996.
Op 26 september 1908 werd de Brusselse tramlijn 53 verlengd van het Liedtsplein in Schaarbeek tot in Vilvoorde. In Vilvoorde maakte de tram een lus door het centrum van Vilvoorde via het Heldenplein, Nowélei, Leuvensestraat, Grote Markt, Bergstraat en Portaelsplein. De Grote Markt fungeerde als eindpunt van de tramlijn.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er door het NSKK in de Telegraaf-kazerne een opleidingsschool voor het NSKK gevestigd. Zowel Nederlanders als Vlamingen werden er tot chauffeur of bijrijder opgeleid. De kazerne, gelegen aan de Kazernestraat, werd in de jaren tachtig afgebroken.
Het industriegebied is intussen nog flink uitgespreid over verscheidene zones o.a. tussen het station en de autosnelweg E19. Meer dan 100 bedrijven hebben zich in de industriezones gevestigd. De industriële expansie ging gepaard met een snelle bevolkingsaangroei. In het midden van de 19de eeuw telde Vilvoorde een 7.000-tal inwoners, in de 21ste eeuw is dit aangegroeid tot meer dan 40.000 inwoners.
De economische recessie in de jaren 1970 sloeg in het sterk geïndustrialiseerde Vilvoorde erg hard toe. Verscheidene belangrijke bedrijven sloten hun deuren. Vilvoorde torste het imago van lelijke, verouderde industriestad. In 1992 werd de Brusselse stadstram verbannen uit het centrum, vanwege instortingsgevaar van de kerk op het Heldenplein, om in 1993 definitief te verdwijnen uit Vilvoorde. Na de sluiting van de Renault-fabriek in 1997, werd een kentering ingezet met de start van de renovatie van de O.L.V.-kerk, die tientallen jaren zal duren, en de heraanleg van de Nowélei en het Heldenplein. In de 21ste eeuw werd er op dezelfde weg doorgegaan met onder andere de volledige heraanleg van het cultureel centrum Bolwerk en de opstart van het Watersite-project. Dit laatste project heeft als doel de oude industriegronden langs het kanaal, brownfields, te saneren en er nieuwe stadswijken aan te leggen. Dit deed het inwonersaantal al fel stijgen (tot meer dan 40 duizend), en zal dit nog meer doen wanneer meer delen van het project worden opgevuld. Vooral de nabijheid van Brussel is een sterke aantrekkingsfactor.
Bezienswaardigheden
- Onze-Lieve-Vrouw van Goede Hoop
- Het Tuchthuis
- De sociale strijd rond de sluiting van Renault Vilvoorde werd door beeldhouwer Rik Poot vertaald in het monumentale beeld "De Vuist", dat nu prijkt op de rotonde bij het binnenrijden van de stad.
- Basiliek en klooster van Onze-Lieve-Vrouw van Troost
- Monnikenhof
- de Kijk-Uit
- Hanssenspark
- Domein Drie Fonteinen
- Living Tomorrow, het "Huis van de Toekomst"
Address
Vilvorde
België
Lat: 50.927249908 - Lng: 4.425786972







