Geografie

Duitsland ligt in de westelijke helft van Centraal-Europa, in het noorden grenzend aan de Oostzee, de Noordzee en Denemarken, in het oosten aan Polen en Tsjechië, in het zuiden aan Oostenrijk en Zwitserland en in het westen aan Frankrijk, Luxemburg, België en Nederland. Oude beschrijvingen noemen Duitsland het land tussen de zee en de Alpen.

Het land kan in drie belangrijke geografische gebieden worden verdeeld: de Duitse Laagvlakte in het noorden, de centrale Duitse middengebergten, en in het zuiden, de Alpen. Het klimaat is gematigd, al is er wel aanzienlijke variatie. Bijna twee derde van de bossen van het land bestaat uit naaldbomen, de rest is hoofdzakelijk beukenbos.

Duitsland heeft tamelijk weinig bodemschatten. De landbouwgrond is meestal erg vruchtbaar.

Op het Duitse grondgebied liggen 16 deelstaten, in het Duits officieel Länder (enkelvoud Land, vaak in de vorm Bundesländer) geheten. Ze hebben vele bevoegdheden en ook medezeggenschap op het federaal niveau.

Windstreken

In het noorden telt men naast Hamburg en Bremen, die zelfstandige deelstaten zijn, ook de deelstaten Nedersaksen en Sleeswijk-Holstein; vaak wordt ook het voormalig Oost-Duitse Mecklenburg-Voor-Pommeren daartoe gerekend. Het Noorden ligt aan Noordzee en Oostzee en wordt onder meer door de rivieren Eems (Ems), Wezer (Weser), Elbe en de Oder doorstroomd. Het gebied is overwegend plat (Noord-Duitse Laagvlakte) tot licht glooiend en relatief dunbevolkt. De grootste stad is Hamburg met 1,7 miljoen inwoners; het is ook een belangrijk industrieel centrum en heeft een belangrijke haven. In mindere mate geldt hetzelfde voor Bremen en Kiel. Het noorden is zwaar gecultiveerd, ondanks de slechte grond. De gewassen uit deze streek zijn onder andere tarwe, rogge, gerst, haver, aardappels en suikerbieten. Er wordt veel melkvee gefokt, vooral in Sleeswijk-Holstein. Varkensvlees, rundvlees en kip zijn andere veeproducten die uit het noorden komen. In het algemeen is het noorden van Duitsland, op het oosten na, het economisch zwakste deel van Duitsland.

Noordrijn-Westfalen (NRW), dat aan Nederland en België grenst, is de deelstaat met de meeste inwoners (18 miljoen) en wordt meestal als het westen van Duitsland aangeduid. Verder kan men Rijnland-Palts, Hessen en het kleinere Saarland tot het westen rekenen. De grootste stad is Keulen (Köln) met rond één miljoen inwoners, belangrijk is de NRW-hoofdstad Düsseldorf met zijn grote luchthaven en het Ruhrgebied met in totaal meer dan vijf miljoen inwoners. Al deze steden liggen in NRW, noemenswaardig zijn verder de Rijnland-Paltse hoofdstad Mainz en vooral Frankfurt am Main in Hessen. West-Duitsland is grotendeels een heuvelachtig gebied met de Rijn en de Moezel als hoofdrivieren. De Rijn stroomt tussen Bingen en Bonn door een steile kloof. Dit gedeelte van de Rijnvallei is beroemd om zijn mooie landschap, wijngaarden en kastelen. Langs de noordelijke rand van de Rijnvallei liggen de industriële gebieden van Duitsland, waaronder het Ruhrgebied, dat wél door grote werkloosheid wordt geteisterd. De zuidelijke sectie van het Rijnland, dat de Eifel en Hunsrück-bergen bevat, is grotendeels landbouwgrond en heeft beroemde wijngaarden, vooral in de vallei van de Moezel.

Vóór 1945 begreep men onder Oost-Duitsland vooral het oude Pruisen ten oosten van de rivier de Elbe. Daarna was het begrip eerst voorbehouden aan de verloren Ostgebiete (die nu grotendeels in Polen liggen). Nu bedoelt men er het grondgebied van de voormalige (communistische) DDR mee, dus de 'nieuwe deelstaten' Brandenburg, Saksen, Saksen-Anhalt, Thüringen en het onder Noord-Duitsland al vermelde Mecklenburg-Voor-Pommeren. De deelstaat en Duitse hoofdstad Berlijn omvat met zijn westerse helft ook een gebied dat tussen 1945 en 1990 nauw met de Bondsrepubliek was verbonden. Berlijn met zijn circa 3,4 miljoen inwoners ligt zo'n 60 kilometer van de grens met Polen. In het zuiden van het oosten zijn de industriële centra gevestigd dicht bij de Elbe en zijn zijrivieren. De belangrijkste steden zijn hier Leipzig, Dresden, Chemnitz, Halle en Erfurt.

In het zuiden liggen de twee grote deelstaten Beieren en Baden-Württemberg. München, de Beierse hoofdstad, is de grootste stad in het zuiden met 1,3 miljoen inwoners en een belangrijk economisch en cultureel centrum. Stuttgart is de hoofdstad van Baden-Württemberg. In het algemeen is het zuiden het rijkste gedeelte van Duitsland. Door het zuiden stromen de rivieren de Donau, Iller, Lech, Isar, Neckar en de Main. Het hoogste punt is de Zugspitze (2962 m) in de Beierse Alpen. Verder bestaat het gebied uit plateaus en beboste bergen, bijvoorbeeld het Zwarte Woud, de hooglanden van Zwaben en het Bohemer Woud. Het gebied rondom het Bodenmeer is een populair toeristengebied. De belangrijkste landbouwproducten van het gebied zijn fruit, tarwe, gerst en zuivelproducten.

Klimaat

Het merendeel van Duitsland heeft een gematigd seizoensgebonden klimaat dat gedomineerd wordt door vochtige westelijke winden. Het land is gelegen tussen het maritieme klimaat van West-Europa en het continentale klimaat van Oost-Europa. Het klimaat wordt gematigd door de Noord-Atlantische stroom, het noordelijke vervolg van de Golfstroom. Het warme water in deze zeestroom heeft gevolgen voor de gebieden die aan de Noordzee grenzen; zo hebben Noord- en Noordwest Duitsland een maritiem klimaat. In Duitsland valt gemiddeld 789 mm neerslag, gelijkmatig verdeeld over de maanden, per jaar.

In Duitsland zijn er intern kleine klimaatverschillen. Zo hebben Noord- en Midden-Duitsland over het algemeen zachte zomers en frisse, vochtige winters. In het zuiden en in de middelgebergtes zoals het Harzgebergte, het Zwarte Woud en in Beieren zijn de zomers warmer, de winters kouder en valt er meer sneeuw.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Duitsland