Geografie

Fysieke kenmerken

Chili is een opmerkelijk langwerpig land: van noord naar zuid 6.500 kilometer lang (gelijk aan de afstand van Den Bosch naar de Noordpool, of van Den Bosch tot de Perzische Golf). Het is een geografisch geïsoleerd land, veel Chilenen zien hun land als een de-facto eiland. In het westen en zuiden wordt het land begrensd door de Grote Oceaan, aan de noordgrens ligt de Atacama, de droogste woestijn ter wereld, en in het oosten rijst het reusachtige Andesgebergte op. In de Andes bevindt zich de Aconcagua, met 6.962 meter de hoogste berg van het Amerikaanse continent. Tussen de Andes en het Chileens Kustgebergte liggen de Centrale Valleien van Chili, waarin het grootste deel van de bevolking woont en die het geschiktst zijn voor landbouw. In het zuiden van het land lopen de gebergtes uit in fjorden en eilanden, en zijn er de grote ijsvlaktes, die, op Antarctica na, de grootste zoetwaterreserves ter wereld zijn. Aan de Straat Magellaan en het Beaglekanaal heeft Chili een kleine Atlantische kustlijn. Door zijn geografie heeft Chili een grote variatie aan landschapsvormen.

Chili bestaat uit vijf geografische regio's, van noord naar zuid de Norte Grande, Norte Chico, Zona Central, Sur en Extremo Sur. Het economische, politieke en demografische zwaartepunt ligt in de Zona Central. De twee noordelijke regio's zijn heet en droog en afhankelijk van mijnbouw en veeteelt. De zuidelijke regio's zijn groen, en vruchtbaar, en afhankelijk van de landbouw en bosbouw.

Chili bestuurt verder drie eilanden(groepen) in de Grote Oceaan, de Desventuradaseilanden, de Juan mert ileri-archipel en Paaseiland. De Chileense regering eist ook de soevereiniteit op over een sector van Antarctica, doch Chili's claim wordt krachtens het Antarctisch Verdrag niet erkend.

Chili ligt in de zogeheten Ring van Vuur, een gebied rond de Grote Oceaan waar veel vulkaanuitbarstingen en aardbevingen voorkomen. Zo werd de kuststrook tussen Valparaíso en Concepción in 1960 getroffen door de zwaarste aardbeving die ooit is geregistreerd (9,5 op de schaal van Richter) Meer dan 1600 mensen kwamen toen om het leven. De beving veroorzaakte een tsunami met tientallen meters hoge vloedgolven. In 2010 was er weer een zware aardbeving (8,8 op de schaal van Richter), waarbij er honderden doden vielen en er weer een tsunami ontstond.

Klimaat

Door Chili's enorme lengte kent het land een groot aantal klimaatzones. Van noord naar zuid zijn de volgende klimaatzones te onderscheiden:

  • Het woestijnklimaat overheerst het noorden van Chili, onder andere in de Atacamawoestijn, waar op sommige plaatsen nog nooit regen gevallen is. Aan de kust heerst een gematigd klimaat; landinwaarts komen temperaturen voor van meer dan 30 °C, maar ’s nachts kan het afkoelen tot temperaturen rond het vriespunt.
  • Het hooggebergte-woestijnklimaat overheerst de Altiplano, met weinig regen (50–300 mm per jaar) en veel lagere temperaturen dan in het noorden. Gedurende het hele jaar kan nachtvorst voorkomen.
  • Het halfwoestijnklimaat overheerst het Kleine Noorden, met onregelmatige regenperiodes. Dit halfwoestijnklimaat gaat op bepaalde plaatsen over in een warm steppeklimaat met regen in de wintermaanden. Dit zijn de aangenaamste gebieden om te vertoeven.
  • Het mediterraan klimaat overheerst Midden-Chili tot aan de Bío Bío rivier, met eigenlijk alleen in de koele winters regenperiodes. De zomers zijn warm en droog en achter het kustgebergte bij de hoofdstad Santiago kan de temperatuur boven de 35 °C uitkomen.
  • Het gematigd regenklimaat overheerst in de Araucanía en het merengebied, en is een overgangsgebied tussen een mediterraan en een gematigd klimaat. Alleen de zomermaanden zijn droog, de rest van het jaar regent het vrij veel. De gemiddelde temperatuur in december bedraagt een aangename 23 °C.
  • Het maritiem klimaat overheerst op de eilanden langs de kust en een zone vlak langs de kust. Zeewinden duwen vochtige oceaanlucht tegen de bergen omhoog, waardoor er het hele jaar door grote hoeveelheden neerslag vallen, van 2000 tot 5000 mm per jaar.
  • Het hooggebergteklimaat overheerst de Patagonische Andes, met veel stormen en sneeuw. Richting Vuurland daalt de sneeuwgrens naar 800 meter.
  • Het continentaal steppeklimaat overheerst op de Patagonische vlaktes, met droge zomers en een jaarlijkse neerslag van 200–500 mm. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt slechts 6-10 °C.
  • Op Paaseiland heerst een subtropisch klimaat met het hele jaar door regen (ca. 1150 mm), en een gemiddelde jaartemperatuur van iets meer dan 20 °C.
    De Juan Fernandez-eilanden hebben een mediterraan klimaat met vooral in de winter regen (ca. 900 mm op jaarbasis), en een gemiddelde jaartemperatuur van 14 °C.

Vegetatie

Chili kent een grote verscheidenheid aan vegetaties. Van Noord naar Zuid verandert de vegetatie door afname van temperatuur en toename van regen. Van Oost naar West verandert het omwille van het hoogteverschil. Hierna volgt een korte beschrijving van de vegetaties in de verschillende gebieden:

  • Atacamawoestijn:
    Hier vindt men kleine oases midden in de woestijn met zoutminnende doornstruiken en bomen. De bomen staan ver uit elkaar.
    Waar veel nevel binnendrijft zijn nevelbossen ontstaan. De vegetatie die hier ontstaat wordt loma-vegetatie genoemd, met onder andere verschillende soorten cactussen, korstmossen, doornstruiken en tillantia-soorten, dit zijn planten met bijna geen wortels die hun water met hun bladeren uit de lucht filteren. De overgangszone van de Atacamawoestijn naar de Altiplano wordt gekenmerkt door de kandelaarcactus en de zuilcactus.
  • Altiplano-hooglandsteppe:
    Op deze droge grassteppen groeien vooral tola en paja brava. Dit zijn twee harde grassoorten.
  • Halfwoestijnen:
    De halfwoestijnen van het Kleine Noorden zijn al veel dichter begroeid met cactussen en doornstruiken. Verder groeien hier ook kruiden en grassen. Als het veel regent verandert de woestijn enkele weken in een bloemenzee. In het Nationaal Park Fray Jorge is een zeldzaam ‘loma-nevelwoud’ ontstaan, met boomsoorten die verder alleen in Zuid-Chili voorkomen.
  • Mediterrane bossen:
    Het oorspronkelijke loofbos in Centraal-Chili is teruggebracht tot een paar resten in het kustgebergte en in de Andesdalen. Elders vindt men hier bossen vooral bestaande uit een acaciasoort en uitgestrekte gebieden met hoog struikgewas en cactussen. Ook nog bijzonder in deze regio zijn de bossen van Chileense palmen, een beschermde soort waarvan nog maar ca. 200.000 exemplaren over zijn. Uit de stam kan sap gehaald worden dat tot siroop wordt geconcentreerd.
  • Zuid-Chileense bossen:
    De zeer vochtige zone langs de oceaankust bestaat uit gematigde regenwouden met een structuur van drie lagen:
    Allereerst een hoge boomlaag met beukensoorten en naaldbomen in de zeer drassige en bergachtige delen van het regenwoud.
    Hieronder volgt een lage boom-en struikenlaag. Aan de takken van deze bomen hangen lianen, varens, mossen en korstmossen. Een andere bijzondere verschijning uit het regenwoud is de nalca, een reuzenrabarber die door de Chilenen wordt gegeten.
    De bodem van het bos is bedekt met een decimeters dikke laag van bladeren, mossen en levermossen. In deze bossen groeien honderden soorten mossen, in Vuurland zelfs meer dan 400 soorten. Op de eilanden in deze regio is geen boomgroei meer mogelijk door het barre klimaat, hier vindt men alleen nog heide en moerasgebieden.
    Op een hoogte van 1000 tot 1500 meter en aan de oostkant van de Andes komen bossen met bladverliezende loofbomen voor. Boven de scherpe boomgrens komen plotseling geen bomen meer voor, door het extreme klimaat ligt die boomgrens op Vuurland al op 500 meter.
    Hoog in de Andes van het Chileens-Argentijnse merengebied komen alerce- en araucaria-naaldbossen voor. De araucaria is een 40 tot 50 meter hoge boom met een palmachtige stam en een schermachtige takkenkroon. De Chilenen spreken van paraplubomen of ‘Los Paraguas’. Ze groeien hier al ruim 200 miljoen jaar en kwamen aanvankelijk over de hele wereld voor. Deze bomen worden meer dan 2000 jaar oud doordat ze zeer langzaam groeien. Deze bijzondere boom heeft in geheel Chili een beschermde status.
    De alerce is verwant aan de gigantische sequoia’s van Noord-Amerika. Ook deze bomen kunnen 50 meter hoog worden en een ouderdom bereiken van meer dan 4000 jaar. Ze behoren daarmee tot de oudste levende wezens op aarde. Ze leven vooral op steile hellingen in het hooggebergte, in laaglandmoerassen en in geïsoleerde bossen in het Valdiviaamse regenwoud. Hoeveel van deze bomen er nog zijn is niet bekend.
  • Patagonische steppe:
    Op de plateaus aan de oostkant van het Andesgebergte vindt men geen bomen. De begroeiing bestaat hier uit grassen en stekelige struiken. Na zware regenbuien bloeien op de steppe vele eenjarige bolgewassen.
  • Zuidelijke eilanden:
    De buitenste eilanden langs de kust van Chileens Patagonië en Vuurland hebben eveneens een boomloze vegetatie, met vooral heide– en veenplanten.

Steden

De hoofdstad is Santiago. De grootste stad is Puente Alto, met ruim 600.000 inwoners (2006), in de conurbatie van Santiago, dat zelf ongeveer 200.000 inwoners telt (met de conurbatie ruim 5 miljoen).

Enkele andere plaatsen zijn Antofagasta, Arica, Concepción, Coquimbo, La Serena, Osorno, San Pedro de Atacama, Temuco, Valparaíso en Punta Arenas.


Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Chili