Geschiedenis

De vroegst bewoonde plek in Chili, Monte Verde, is gedateerd op 12.500 jaar geleden. De vroegste menselijke resten die op het Chileense grondgebied zijn gevonden dateren van ongeveer 10.500 jaren geleden.

Het grondgebied van het huidige Chili werd bewoond door verschillende Indianenstammen zoals de Aymara in het noorden, Mapuche in het midden en de Yagán en Kawésqar (ook Alacaluf genoemd) in het zuiden. De Inca-heerser Huayna Capac veroverde tussen 1493 en 1527 een groot deel van het noorden van Chili, tot aan de Maule. Daar stuitten de Inca's op hevig verzet van de Mapuche stammen.

De eerste Spaanse ontdekkingsreiziger was Diego de Almagro die in het jaar 1535 vanuit Peru, via Argentinië, Chili bereikte. Het was echter pas met de expeditie van Pedro de Valdivia in 1540-1541 dat de eerste blijvende Spaanse nederzettingen werden gevestigd.

In 1810 verklaarde het land zich onafhankelijk en brak de Chileense Onafhankelijkheidsoorlog uit. Hoewel de Spanjaarden de kolonie in 1814 heroverden, wisten de Chilenen onder leiding van de generaal Bernardo O'Higgins drie jaar later alsnog de overwinning te behalen. Na de onafhankelijkheid werd O'Higgins 'opperste directeur' van Chili, maar zijn liberale beleid leidde ertoe dat hij in 1823 door conservatieven werd afgezet.

Van 1879 tot 1884 was Chili in oorlog met zowel Peru als Bolivia over de salpetervelden in het noorden, een grensstreek van de drie landen. Chili won deze Salpeteroorlog (ook wel Oorlog van de Stille Zuidzee genoemd) en nam grote delen van Peruaans en Boliviaans grondgebied in. De jonge republiek voerde ook oorlog met de Mapuche-indianen, die zich tot dusverre altijd hadden weten te weren.

Eind 19e eeuw besloot de Chileense regering het zuidelijke deel van Chili te bevolken en stuurde hiervoor officiële delegaties naar Europa. In die jaren zijn met name veel Duitsers naar Chili geëmigreerd.

Gedurende de 19e eeuw was Chili een van de stabielste landen van Latijns-Amerika, waar met de Chileense Burgeroorlog (1891) een einde aan komt. José Manuel Balmaceda gesteund door het leger delft het onderspit tegen het Congres gesteund door de marine. Balmaceda pleegt zelfmoord, en de grondwet wordt voortaan 'parlementaristisch geïnterpreteerd', waarmee het zwaartepunt verschuift van de president naar het Congres.

Chili heeft een lange democratische traditie. Met een onderbreking in de jaren 20 en 30 van de twintigste eeuw hield het leger zich afzijdig van de politiek. Tussen 1923 en 1938 vonden verschillende regeringswisselingen plaats, waarin de charismatische generaal Carlos Ibáñez del Campo een grote rol speelde, en werd een nieuwe presidentialistische grondwet uitgeroepen. Vanaf 1938 werd de politiek gedomineerd door de Radicale Partij, in veel opzichten een voortzetting van de oude liberalen. De christendemocratische regering van Eduardo Frei Montalva kwam in de jaren 60 niet veel verder dan de belofte van een groene revolutie. In 1970 won een coalitie Unidad popular van communisten, socialisten en radicalen onder leiding van de arts Salvador Allende de verkiezingen.

Op 11 september 1973 zette generaal Augusto Pinochet de socialistische president Salvador Allende via een militaire staatsgreep af. Salvador Allende kwam daarbij om het leven. De daarop volgende 17 jaar ging het land gebukt onder een militaire dictatuur. In 1990 keerde de democratie terug.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Chili