Geschiedenis

Kelten, Romeinen en Franken

De eerste nederzettingen uit het gebied dat nu Luxemburg heet, zijn Keltische nederzettingen uit de 2e eeuw v.Chr. Tussen 58 en 51 v.Chr. trok de Romeinse veldheer Julius Caesar het gebied binnen en werd het een deel van het Romeinse Rijk. Tijdens de volksverhuizingen die ontstonden bij het uiteenvallen van het Romeinse Rijk in de 5e eeuw verdrongen de Germaanse Franken de Romeinen uit het gebied. In de daaropvolgende eeuwen werden de inwoners door monniken tot het christendom bekeerd en werden er kloosters gebouwd. De Abdij van Echternach werd in 698 door de Angelsaksische missionaris Willibrord gesticht.

Graafschap Luxemburg

In 963 maakte het gebied deel uit van het Heilige Roomse Rijk. In dat jaar verwierf gouwgraaf Siegfried van de Ardennengouw vanwege een ruil met de abdij Sankt Maximin in Trier het gebied met de burcht Lucilinburhuc. Hiermee legde hij de grondslag voor het Duitse adellijke geslacht Luxemburg en het Graafschap Luxemburg.

Met de dood van Koenraad II in 1136 stierf het eerste geslacht Luxemburg uit en erfde Hendrik de Blinde, graaf van Namen, het gebied. Hierdoor ontstond een korte vereniging van Luxemburg met het Graafschap Namen. Na de dood van Hendrik werden de graafschappen echter weer opgesplitst doordat diens erfenis aan zijn 10-jarige dochter Ermesinde II van Namen betwist werd door haar achterneef Filips van Henegouwen. In 1199 werd Namen daarom aan Filips toegewezen, terwijl Ermesinde en haar echtgenoot Theobald I van Bar de graafschappen Luxemburg, La Roche-en-Ardenne en Durbuy toegewezen kregen. Na Theobalds dood hertrouwde Ermesinde met Walram III van Limburg, zodat ook het Graafschap Aarlen bij het graafschap Luxemburg ging horen.

Zo ontwikkelde zich rond het fort geleidelijk een plaatsje dat het centrum werd van het kleine graafschap met grote strategische waarde. In 1308 werd graaf Hendrik VII van Luxemburg tot koning (later keizer) van het Heilige Roomse Rijk gekroond en twee jaar later werd zijn zoon Jan de Blinde koning van het koninkrijk Bohemen, zodat de macht van de Luxemburgers in het Heilige Roomse Rijk steeds groter werd. In 1354 verhief keizer Karel IV, die zelf graaf van Luxemburg was geweest, het land tot hertogdom onder hertog Wenceslaus I.

Hertogdom Luxemburg

Wenceslaus I werd in 1383 opgevolgd door Wenceslaus II. Deze besloot echter het hertogdom in 1388 te verpanden aan Jobst van Moravië zodat er vanaf dat moment tot in 1457 zowel een hertog van Luxemburg bestond als een hertog van Luxemburg bij verpanding. Na de dood van keizer Sigismund, die ook hertog van Luxemburg was, in 1437, kwam het Huis Luxemburg wegens een gebrek aan mannelijke erfgenamen in een opvolgingscrisis terecht. Dit leidde ertoe dat de hertogin bij verpanding Elisabeth van Görlitz in 1443 besloot tot de verkoop van Luxemburg aan Filips de Goede van Bourgondië, zodat Luxemburg een deel werd van de Bourgondische Nederlanden.

Na de dood van de laatste hertog van Bourgondië in 1477 kwam Luxemburg samen met de andere Bourgondische erven in handen van diens dochter Maria van Bourgondië en haar echtgenoot, de latere keizer Maximiliaan I.

Bij de opsplitsing van het Habsburgse Huis in een Spaanse en een Oostenrijkse linie kwam Luxemburg in 1555 toe aan de Spaanse linie. In Luxemburg waren betrekkelijk weinig calvinisten en daarom bleef het land de Beeldenstorm bespaard en bleef het gedurende de gehele Tachtigjarige Oorlog Spaansgezind. Na het beëindigen van de Frans-Spaanse Oorlog in 1659 wordt bij de Vrede van de Pyreneeën besloten tot de eerste deling van Luxemburg: het zuiden van het land tussen Diedenhoven en Montmédy wordt afgescheiden van de rest en komt toe aan Frankrijk. Tussen 1684 en 1697 staat het land overigens, als gevolg van veroveringen van Lodewijk XIV, geheel onder Franse heerschappij.

Ten gevolge van de Spaanse Successieoorlog kwam Luxemburg in 1714 toe aan de Oostenrijkse Nederlanden en werd daarmee opnieuw een Habsburgs land. In 1795 kwam het land echter weer, vanwege Napoleons veroveringen, onder Franse heerschappij en werd het hertogdom omgevormd tot het Woudendepartement.

Groothertogdom Luxemburg (Huis Oranje-Nassau)

Nadat Napoleon in 1815 verslagen was, werd Luxemburg betwist door Nederland en Pruisen. Op het Congres van Wenen werd toen besloten tot de vorming van het Groothertogdom Luxemburg met de Nederlandse koning Willem I als groothertog van Luxemburg ter compensatie voor het verlies van het vorstendom Nassau-Oranje. Bovendien werd Luxemburg lid van de Duitse Bond en kreeg het een fort dat bezet werd door Pruisische troepen. Het Congres van Wenen had ook een tweede deling van Luxemburg tot gevolg: Bitburg en omgeving werd onderdeel van de Pruisische Rijnprovincie.

Bij het Verdrag van Londen (1839), dat de officiële onafhankelijkheid van België betekende, werd Luxemburg voor de derde maal opgesplitst en verloor het meer dan de helft van zijn grondgebied aan België. Luxemburg had zich tijdens de Belgische opstand van 1830 namelijk massief achter België geschaard, behalve de stad Luxemburg, die nog altijd bezet werd door Pruisische troepen die loyaal bleven aan de Nederlandse koning. Het grootste, overwegend Franstalige westelijke deel werd daarom samen met het voormalige Hertogdom Bouillon de Belgische provincie Luxemburg, terwijl het kleinere, overblijvende, Duitstalige oostelijke deel in personele unie met Nederland verenigd bleef.

In 1867 leidde de Luxemburgse kwestie bijna tot een oorlog met Pruisen. De Franse keizer Napoleon III probeerde Luxemburg namelijk te kopen van de Nederlandse koning Willem III, die hier wel wat in zag. Dit viel bij de Pruisische kanselier Otto von Bismarck echter niet in goede aarde: Luxemburg, het vaderland van het Huis Luxemburg, dat vier Rooms-Duitse keizers voortgebracht heeft, mocht niet in handen van de ‘vijand’ vallen. Uit deze tijd stamt ook het motto van Luxemburg “mir wëlle bleiwe wat mir sinn” (wij willen blijven wat wij zijn), dat wil zeggen geen Duitser of Fransman worden. Bij het Verdrag van Londen (1867) werd de twist bijgelegd door Luxemburg “voor altijd neutraal” te verklaren. Daarnaast werd besloten tot de ontmanteling van het Pruisische fort. Hierdoor werd Luxemburg in feite onafhankelijk, hoewel het land nog wel in personele unie met Nederland verenigd bleef.

Groothertogdom Luxemburg (Huis Nassau-Weilburg)

Aan de personele unie met Nederland kwam een einde in 1890, het jaar waarin koning Willem III overleed zonder een mannelijke opvolger na te laten. In 1783 hadden de vier Nassaugeslachten de Nassauische Erbverein gesloten, waarin ze bepaalden dat indien een van de geslachten in de mannelijke lijn zou uitsterven, de bezittingen over zouden gaan naar een van de andere geslachten. Aangezien Willem III alleen een dochter had, ging Luxemburg over naar de Weilburgtak. Wilhelmina werd toen koningin van Nederland, terwijl Adolf van Nassau-Weilburg de nieuwe groothertog van Luxemburg werd.

Het tot dan toe zeer arme, zuiver agrarische Luxemburg werd eind 19e eeuw welvarend dankzij de opleving van de ijzerindustrie. Door het omstreeks 1870 uitgevonden Thomas-Gilchristprocedé werd het namelijk mogelijk om uit het fosforrijke Luxemburgse ijzererts goed staal te fabriceren. De nieuwe industrie werd grotendeels gefinancierd met Duits kapitaal.

Terwijl het relatief overbevolkte Luxemburg in de tweede helft van de 19e eeuw bijna een kwart van zijn bevolking kwijtraakte door emigratie (voornamelijk naar Frankrijk en de Verenigde Staten), werd het land vanwege de vele Italiaanse emigranten een immigratieland.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werd de Luxemburgse neutraliteit geschonden door Duitsland, dat Luxemburg gebruikte om op te kunnen trekken naar Frankrijk. Na de oorlog kwam het tot een staatscrisis in Luxemburg vanwege de pro-Duitse houding in deze oorlog van groothertogin Maria Adelheid. Dit leidde in 1919 tot het aftreden van de groothertogin ten gunste van haar zus Charlotte.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Luxemburgse neutraliteit wederom geschonden. Het land werd in mei 1940 door Duitse troepen bezet en in augustus 1942 formeel door het Derde Rijk geannexeerd. Tijdens de Duitse bezetting was de Volksduitse Beweging de enige toegestane partij in het land. Op 10 september 1944 werd Luxemburg door de Amerikanen bevrijd.

In 1945 werd Luxemburg lid van de Verenigde Naties en in 1948 richtte het samen met België en Nederland de Benelux op. Een jaar later trad het land toe tot de NAVO. In 1957 werd Luxemburg een van de zes oprichters van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), een voorloper van de Europese Unie. In 1985 sloot Luxemburg met vier andere EEG-lidstaten het Schengenverdrag dat in 1995 in werking trad, genoemd naar de gelijknamige Luxemburgse plaats Schengen. In 1986 verkreeg het gezamenlijke Luxemburgse volk de Karlsprijs wegens bijzondere verdiensten voor de Europese eenheid. In 1999 trad het land toe tot de eurozone en in 2002 heeft de euro de Luxemburgse frank als wettig betaalmiddel vervangen.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Luxemburg_(land)