Toerisme / Vervoer
Verkeer en vervoer
Er zijn vele luchthavens in Indonesië (zie: Lijst van vliegvelden in Indonesië). Ook zijn er vooral op Java goede treinverbindingen. Verder veel bus- en minibussen, wegen. Het stadsverkeer heeft veel scooters, becak en bajaj.
De snelgroeiende bevolking en de economische voorspoed zorgt er echter voor dat mensen vaak lang in de file kunnen staan door gebrek aan snel en betrouwbaar openbaar vervoer. Dit heeft ervoor gezorgd dat er verschillende plannen liggen die in verschillende steden in Indonesië uitgevoerd gaan worden. Een voorbeeld is de nieuwe treinverbinding die zal worden aangelegd tussen het zuiden van Jakarta en het vliegveld Soekarno-Hatta dat in het noorden van Jakarta ligt. De treinverbinding zal naar schatting in 2014 opgeleverd zijn.
Politiek
Indonesië is na de onafhankelijkheid van Nederland (op 17 augustus 1945 uitgeroepen door onder andere Soekarno, door Nederland officieel overgedragen op 27 december 1949) omgevormd tot een republiek. De eerste president van Indonesië, Soekarno, regeerde vanaf die tijd tot aan 1967. Sinds de onafhankelijkheid heeft Indonesië zeven presidenten gehad (na Soekarno kwamen Soeharto 1967-1998; Bacharuddin Jusuf Habibie 1998-1999; Abdurrahman Wahid 1999-2001; Megawati Soekarnoputri 2001-2004; Susilo Bambang Yudhoyono 2004-2014 en Joko Widodo vanaf 2014).
Indonesië is nog steeds bezig met de democratisering van de politiek. Enerzijds is dit moeilijk vanwege het feit dat corruptie diepgeworteld is in het land, anderzijds kan Indonesië als een van de weinige democratieën van Zuidoost-Azië worden beschouwd, gezien het feit dat in Thailand in 2006 een militaire coup plaatsvond. In 2004 is de (zesde) president voor het eerst door het volk gekozen.
Bestuurlijke indeling
De bestuurlijke indeling van Indonesië bestaat uit 33 provincies, vijf daarvan hebben een speciale status. Elke provincie heeft haar eigen wetgevende macht en gouverneur. De provincies worden op hun beurt onderverdeeld in regentschappen (kabupaten) en stadsgemeenten (kota), die weer verder kunnen worden onderverdeeld in onderdistricten (kecamatan). Onderdistricten kunnen op hun beurt weer worden onderverdeeld in dorpsregio's (kelurahan) en dorpen (desa). Na de implementatie van het regionale autonomieprogramma in 2001 werden de regentschappen de belangrijkste bestuurlijke eenheden die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van overheidstaken. De dorpsregio’s hebben de meeste invloed op het dagelijks leven en behandelen de zaken die spelen op dorps- of wijkniveau en worden bestuurd door een gekozen dorpshoofd, de lurah of kepala desa.
De provincies Atjeh, Jakarta, Jogjakarta, Papoea en West-Papoea hebben grotere bestuurlijke privileges en een hogere mate van autonomie dan de andere provincies. De regering van Atjeh bijvoorbeeld heeft het recht om een eigen rechtssysteem toe te passen. In 2003 installeerde deze provincie een vorm van de Sharia, (een islamitisch rechtssysteem). De provincie Jogjakarta kreeg haar status als erkenning voor haar centrale rol bij de ondersteuning van de republikeinen tijdens de Indonesische revolutie. Papoea, vroeger ook bekend als Irian Jaya, kreeg een speciale autonomiestatus in 2001. Jakarta heeft een speciale status als hoofdstad van het land.
Hieronder volgt een lijst van alle provincies, opgesomd per eilandengroep. (Indonesische namen tussen haakjes als ze anders zijn dan in het Nederlands)
* geeft een provincie aan met een speciale status
Economie
Indonesië is nog steeds een agrarisch land. 45% van de bevolking verdient een inkomen in de landbouw. Circa 25% van de totale export bestaat uit agrarische producten (rubber, kopra, palmolie, thee, koffie, rijst, cacao, tabak, specerijen) en pitriet (rotan). Hout is inmiddels de op een na belangrijkste deviezenbron.
De export van grondstoffen maakte het land in het verleden afhankelijk van de industrielanden; eindproducten moesten voor veel geld worden geïmporteerd. Na de oliecrisis veranderde dit. Begin jaren 90 bestond bijna de helft van de export uit industrieproducten; de textiel-, voedingsmiddelen, elektronica-, meubel- en auto-industrie concentreren zich op Java.
Mijnbouw en energie
Indonesië bezit grote grondstoffenvoorraden: vooral kolen, aardolie en aardgas, maar ook bauxiet, tin, koper en nikkel. Alle olie- en gaswinning was lange tijd in handen van het staatsbedrijf Pertamina. Tot 2001 was dit een monopolist, maar nadien mogen ook ander partijen naar olie en gas zoeken. Tussen 1962 en 2008 was Indonesië lid van de OPEC. In mei 2008 verliet Indonesië deze organisatie van olie-exporteurs. De olieproductie was gepiekt in 1976 en begon serieus te dalen vanaf 1995. Door de sterke groei van de binnenlandse vraag naar olie en olieproducten is het land in 2005 een netto importeur van olie geworden. Indonesië is nu gebaat bij lage olieprijzen.
In 2014 was de energieproductie 458 Mtoe, grotendeels afkomstig van kolen (59%), ruwe olie en aardgas (23%), duurzame energie droeg 17% bij. (1Mtoe = 11,63 TWh, miljard kilowattuur.) Dat was meer dan nodig voor de energievoorziening, het TPES (total primary energy supply): 226 Mtoe. Het land exporteerde 232 Mtoe fossiele brandstof meer dan het importeerde.
Bij energieconversie, vooral voor elektriciteitsopwekking, ging ongeveer 60 Mtoe verloren. 8 Mtoe werd gebruikt voor niet-energetische producten zoals smeermiddelen, asphalt en petrochemicaliën. Voor eindgebruikers resteerde 157 Mtoe waarvan 58 Mtoe (675 TWh) elektriciteit en 17 Mtoe warmtedistributie.
De uitstoot van kooldioxide was 437 megaton, dat is 1,7 ton per persoon, veel minder dan het wereldgemiddelde 4,5 ton per persoon.
Armoede
Volgens het VN-Ontwikkelingsprogramma leeft in Indonesië 16,0% van de bevolking onder de armoedegrens.
Relatief gezien heeft Indonesië een sterke positieve ontwikkeling doorgemaakt en ligt deze grens tegenwoordig op hetzelfde niveau als de Westerse landen. Natuurlijk moet opgemerkt worden dat verschillende goederen goedkoper zijn in Indonesië dan bijvoorbeeld in Nederland. Eten is relatief goedkoop, een auto is weer relatief duur.
Corruptie
Op de wereldranglijst van Transparency International naar corruptie staat Indonesië op de 114e plaats van de 177 landen die zijn beoordeeld in 2013.


