Toerisme / Vervoer
Politiek
Politiek systeem
Ierland is een republiek en een parlementaire democratie. De president van Ierland is het staatshoofd, maar vervult vooral een ceremoniële functie, wordt rechtstreeks gekozen, waarbij, anders dan bij de verkiezingen voor de Dail, alleen inwoners van de Republiek met de Ierse nationaliteit mogen stemmen. Een president heeft een termijn van zeven jaar en kan maximaal één keer herkozen worden. Eén van de taken van de president is het aanwijzen van de minister-president, de Taoiseach.
Het parlement Oireachtas bestaat uit de Dáil en de Seanad. De Dáil, vergelijkbaar met de Kamer van Volksvertegenwoordigers in België en de Tweede Kamer in Nederland, wordt rechtstreeks gekozen door alle inwoners van de Republiek die de Ierse of de Britse nationaliteit bezitten. (Het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben een akkoord waarmee burgers in beide landen mogen stemmen.) De Dáil bestaat uit 166 leden, de zogenaamde Teachtaí Dála of TD's.
Ierland kent een kiessysteem waarbij het land verdeeld is in meervoudige kiesdistricten (lijst). In ieder district worden dus meerdere kandidaten gekozen. De kiezers kunnen bij het uitbrengen van hun stem aangeven welke kandidaat hun eerste voorkeur heeft, welke hun tweede, enzovoort, tot bij alle kandidaten een voorkeur is aangegeven. De kiezer heeft een enkelvoudige overdraagbare stem.
De Seanad bestaat uit 60 leden, de zogenaamde senatoren. Zij worden niet rechtstreeks verkozen. Elf van deze leden worden voorgedragen door Taoiseach (in de praktijk benoemt hij hen), zes leden worden gekozen door de afgestudeerden van de universiteiten. 43 leden worden gekozen door speciale panels, samengesteld naar beroepsgroep.
De laatste verkiezingen voor de Dáil vonden plaats in 2011. De huidige regering is een tweepartijencoalitie van het christendemocratische Fine Gael en de sociaaldemocratische Irish Labour Party, onder leiding van Taoiseach Enda Kenny. De oppositie wordt in de huidige Dáil gevormd door Fianna Fáil (conservatief-liberaal), Sinn Féin (sociaaldemocratisch, republikeins), United Left Alliance (socialistisch) en New Vision.
Ierland is lid van tal van grote internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties en de OESO. Het is om de neutraliteit te behouden echter geen lid van de NAVO. Op Europees niveau is Ierland aangesloten bij de Europese Unie en de eurozone, maar het hoort niet bij de Schengenlanden.
Bestuurlijke indeling
Historisch was Ierland verdeeld in 4 provincies (Ulster, Munster, Leinster en Connacht) die samen 32 graafschappen (counties) omvatten. Een deel van de provincie Ulster is nu Noord-Ierland. Deze provincies hebben geen betekenis voor het bestuur. De historische graafschappen (counties) hebben nog wel een betekenis. Van de 26 graafschappen die in de Republiek liggen, zijn diverse graafschappen en Tipperary inmiddels onderverdeeld in meerdere "bestuurlijke" graafschappen, deels aangeduid als stad: Dublin, Cork, Limerick, Galway en Waterford. Limerick en Waterford zijn weliswaar onderverdeeld, maar delen een bestuur.
Economie
Lange tijd was Ierland het armste land van West-Europa, waarvan de emigratie, waar Ierland om bekendstond, een symbool was. In de jaren 90 van de twintigste eeuw maakte Ierland echter een periode van hoge economische groei door (in de periode 1995-2000 werd een gemiddelde jaarlijkse economische groei van 9,9 procent gerealiseerd), waardoor Ierland anno 2006 het op één na rijkste land van de EU is (na Luxemburg) en het op drie na rijkste land ter wereld (na Luxemburg, Noorwegen en de Verenigde Staten). Ierland stond in de jaren 90 bekend als de Keltische Tijger, een term die verwijst naar de Aziatische Tijgers, die eerder een soortgelijke spectaculaire groei meemaakten.
De Ierse economie is in de jaren 90 veranderd van een economie die georiënteerd was op landbouw in een dynamische exporteconomie van hightech producten en diensten. Vooral computers zijn een belangrijk exportproduct en veel Amerikaanse bedrijven, waaronder Dell en Intel, hebben hun Europese vestigingen in Ierland gevestigd. Deze bedrijven stonden aan de basis van de hoge economische groei die in de jaren 90 begon. In de periode 2005 tot en met 2007 groeide de economie met meer dan 5 procent gemiddeld per jaar. Diensten vormen 49 procent van het bruto binnenlands product, de industrie 46 procent en de landbouw 5 procent.
Het geheim van de economische opleving zijn naast de lage belastingen voor buitenlandse ondernemingen (zo is er bijvoorbeeld geen belasting op royalty’s), de zogenaamde "pay-pacts" (soort cao), en de toegankelijkheid van het Ierse onderwijs. Overeenkomsten tussen overheid, vakbonden en het bedrijfsleven over de arbeidsomstandigheden, waaronder gereglementeerde loonontwikkeling voor drie jaar. Dit doet sterk denken aan het Nederlandse poldermodel van de kabinetten Kok en is een voortzetting van het corporatistisch gedachtegoed dat rond de Tweede Wereldoorlog opgang deed. Ook de afschaffing van collegegeld in begin jaren 80 zorgde ervoor dat Ierland relatief veel hoog opgeleide werknemers had. De arme positie van Ierland in de jaren 80 zorgde er ook voor dat het gemiddelde loon vergeleken met andere Europese landen zeer laag was. Ierland was dus aantrekkelijk voor Amerikaanse bedrijven omdat het een Engelstalig land binnen de Europese economische ruimte was, dat hoog opgeleide en goedkope arbeidskrachten kende, met ook nog de nodige belastingvoordelen.
In de economische hoogtijdagen kochten veel Ieren een huis, gesteund door banken die graag hypotheken verstrekten en fiscale voordelen. De huizenprijzen schoten omhoog en eind 2008 hadden de Ieren 212 miljard euro aan schulden uitstaan, dat was tweemaal het beschikbare huishoudinkomen. Ierland was echter een van de eerste landen die fors geraakt werd door de de Europese staatsschuldencrisis van 2010 en later. De economie liet een daling zien van 7,6 procent in 2009 mede vanwege een instortende huizen- en bouwmarkt. Menig Ier had moeite om de leningen aan de banken terug te betalen en banken leden grote verliezen op schulden die oninbaar waren. Teneinde de banken van de ondergang te redden verstrekte de overheid garanties en deed kapitaalinjecties met een totale waarde van 45 miljard euro in 2009 en 2010. De met schandalen omgeven Anglo Irish Bank werd genationaliseerd en uiteindelijke geliquideerd. Dit alles leidde in 2010 tot een enorm groot begrotingstekort van 30,9 procent. De staatsschuld liep ook sterk op. In 2007 had Ierland een schuld van 25 procent van het bruto binnenlands product (BBP), ruimschoots onder de Europese norm van 60 procent, maar deze liep snel op tot 106,4 procent in 2011. De afnemende financiële slagkracht die deze crisis met zich meebracht deden de in Ierland zo snel gegroeide bouwsector geen goed, waardoor bedrijven in geldnood raakten en vele ontslagen volgden. De financiële markten vertrouwden Ierland niet meer, en de regering werd gedwongen een beroep te doen op het noodfonds van het IMF en EU, het EFSF. In november 2010 kreeg Ierland een financieel steunpakket van 85 miljard euro. De hulp heeft geholpen en de werkloosheid heeft een dalende trend ingezet. In december 2013 heeft de regering afgezien van verdere internationale noodsteun en gaat verder zonder de hulpgelden. In 2014 groeide de Ierse economie weer met de hoogste cijfers sinds 2005.
Enkele bekende Ierse producten en bedrijven zijn Baileys (sterkedrank), Guinness, Murphy's Stout (bieren), Jameson Whiskey, Tullamore Dew (whiskey's), Kerry Group (voedingsmiddelen), Ryanair, Aer Lingus (luchtvaartmaatschappijen) en Waterford Crystal (kristal).
Op ongeveer 80 kilometer ten noordwesten van Ierland werd in 1996 het Corrib gasveld gevonden. Het veld bevat zo’n 28 miljard m3 aardgas en op de piek van de productie kan het veld voor 60% in de gasbehoefte van het land voorzien. De zee is ter plaatse 350 meter diep en het veld ligt op 3 kilometer diepte. Het gas wordt via een 20-inch (520mm) pijplijn getransporteerd naar de Bellanaboy Bridge Gas Terminal in County Mayo. Hier wordt het gas behandeld alvorens het via het landelijke gasnetwerk van Gas Networks Ireland naar de afnemers wordt getransporteerd. De ontwikkeling van het veld heeft lang geduurd en op 31 december 2015 kwam het eerste gas aan land.
Verkeer en vervoer
De drie belangrijkste vliegvelden in Ierland zijn Dublin International Airport, Cork International Airport en Shannon International Airport. Aer Lingus is de nationale luchtvaartmaatschappij, maar de prijsvechter Ryanair is de grootste Ierse luchtvaartmaatschappij.
Er zijn bootverbindingen met het Verenigd Koninkrijk, een aantal Kanaaleilanden en met Frankrijk.
Treinvervoer wordt geregeld door Iarnród Éireann, binnen Dublin door de Dublin Area Rapid Transit. Het Ierse tramnet is tamelijk beperkt. Alleen Dublin kent een tramnetwerk, dat door Luas wordt geëxploiteerd. Het netwerk bestaat uit 2 lijnen, rood en groen, die voornamelijk het zuiden van de stad bedienen. Busvervoer is in handen van Bus Éireann, het netwerk van stadsbussen in Dublin wordt uitgebaat door Dublin Bus.
Officieel is Ierland in 2004 overgestapt op het metrische systeem. Verkeersborden geven nu de afstand in kilometers. Er zijn, zeker op het platteland, echter nog veel oude borden met de afstand in mijlen. In steden als Dublin zijn die borden zeldzaam.


