Cultuur / Godsdienst

Demografie

Bevolkingssamenstelling

Aan het begin van de 20e eeuw telde Spanje ongeveer 20 miljoen inwoners; dat aantal heeft zich inmiddels ruim verdubbeld tot 48.563.476 (2016). Het land is naar West-Europese maatstaven nog altijd dunbevolkt (bevolkingsdichtheid: 85,8/km²), en de bevolking is zeer ongelijkmatig verdeeld. De dichtstbevolkte gebieden vindt men aan de verschillende kusten en in de regio van Madrid terwijl het verdere binnenland slechts dunbevolkt is; veel binnenlandse dorpen zijn zelfs vrijwel onbevolkt (vaak alleen nog door oude mensen) doordat veel jongeren naar de kuststeden en Madrid trekken omdat daar meer en beter werk te vinden is. De Instituto Nacional de Estadística (INE) is belast met de samenstelling van het bevolkingsregister (censo).

Spanje ontvangt het grootste aantal immigranten van Europa. Van de totale immigratie richting de Europese Unie in 2005 vestigde 38,6% zich in Spanje. Het merendeel van de immigranten is afkomstig uit Zuid-Amerika, Afrika en Oost-Europa.

Steden en agglomeraties

De volgende lijst bevat de inwonertallen van de grootste steden en agglomeraties in Spanje. Voorsteden van Barcelona of Madrid, zoals Terrassa, Móstoles, Alcalá de Henares etc. zijn niét in deze lijst opgenomen.

Talen

Om de taal die in het Nederlands Spaans heet te benoemen, kan men twee woorden gebruiken: español (Spaans) of castellano (Castiliaans, uit Castilië). Beide termen worden in Spanje door elkaar gebruikt, afhankelijk van de regio (in Andalusië zegt men vooral español, in Catalonië vrijwel nooit), maar betekenen hetzelfde. Het meest pure Spaans wordt volgens vele Spanjaarden gesproken in en rondom Valladolid.

Spaans wordt wereldwijd door meer dan 400 miljoen mensen als eerste taal gesproken. Hiermee is het, in termen van moedertaalsprekers, de tweede wereldtaal na het Mandarijn. Als ook de mensen die Spaans als tweede taal spreken worden meegerekend zijn er meer dan 500 miljoen sprekers wereldwijd. Het is de officiële taal in 20 landen, voornamelijk op het westelijk halfrond. Ook zijn er veel Spaanssprekenden in de Verenigde Staten, Brazilië en delen van de Filipijnen. In Puerto Rico (Amerikaans grondgebied) heeft het Spaans de status van officiële taal. Spaans is na het Engels de meest gestudeerde taal. Het is een van de zes officiële talen van de Verenigde Naties en van 22 andere organisaties waaronder de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatie.

De verschillende talen die in Spanje worden gesproken zorgen regelmatig voor grote verwarring in het buitenland, waar men het vaak heeft over dialecten. Het gaat echter om in totaal vijf officiële talen (Spaans, Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees) en twee niet-officiële talen (Asturisch en Aragonees). Het Spaans is de enige officiële nationale taal van Spanje. De overige vier zijn officiële regionale talen, die in sommige gebieden ook de dominante taal zijn.

Artikel III van de Spaanse Grondwet uit 1978 luidt als volgt:

Castiliaans (Spaans) is de officiële taal van de Spaanse Staat. (...) De andere Spaanse talen zijn ook officieel in de respectievelijke Autonome Gemeenschappen...

De vier officiële regionale talen van Spanje zijn:

  • Catalaans (Spaans: Catalán, Catalaans: Català): wordt gesproken door iets meer dan 18% van de totale bevolking, oftewel 7,5 miljoen inwoners in Catalonië, de Balearen en de Comunidad Valenciana. Strikt taalkundig gezien is het Catalaans dat in Valencia wordt gesproken geen Catalaans maar Valenciaans (Spaans: Valenciano Catalaans: Valencià). Tegenwoordig zijn er in de praktijk echter vrijwel geen verschillen meer te onderscheiden, en wordt de taal als Catalaans erkend.
  • Baskisch (Spaans: Vasco, Baskisch: Euskara): wordt gesproken door iets meer dan 1 miljoen mensen in Baskenland en Navarra, 2,3% van de totale Spaanse bevolking. De Baskische taal vertoont geen enkele overeenkomst met welke andere taal dan ook.
  • Galicisch (Spaans: Gallego, Galicisch: Galego): wordt gesproken door iets meer dan 2,5 miljoen mensen, 5,7% van de totale Spaanse bevolking in Galicië, en delen van León en Asturië. De taal lijkt meer op Portugees dan Spaans.
  • Aranees (Spaans: Aranés): wordt gesproken door slechts 4000 mensen in de Val d'Aran in Catalonië. Taalkundig gezien is Aranees een dialect van het Occitaans, dat voor het overige vooral in Frankrijk wordt gesproken.

Het Spaans, Catalaans, Galicisch en Aranees zijn allemaal Romaanse talen, en stammen af van het Latijn. Binnen elk van deze talen bestaan echter ook verschillende dialecten.

De twee niet-officiële regionale talen zijn:

  • Asturisch (Spaans: Asturiano, Asturisch: Asturianu) wordt gesproken door ongeveer 100.000 mensen en wordt in Asturië wettelijk beschermd. Het is geen dialect van het Spaans, maar een aparte taal, en wordt in verschillende gebieden gesproken: Asturië, León, Zamora, Salamanca (daar heet de taal “llionés), Extremadura (daar heet de taal “extremeñu”) en Cantabrië (daar heet de taal “montañés”).
  • Aragonees (Spaans: Aragonés, Aragonees: Aragonés): wordt gesproken door slechts 10.000 mensen in de provincie Huesca in Aragón. Ongeveer 40.000 mensen kennen de taal of hebben het geleerd (neo-fabláns), meestal in Zaragoza en Huesca. In de rest van Aragón, zuiden van Navarra en sommige gebieden in Valencia en Castilië-La Mancha, wordt het vaak met het Spaans vermengd. Het Aragonees stamt af van het Latijn.

De vier officiële regionale talen van Spanje spelen een relatief belangrijke rol, zowel op regionaal als op nationaal niveau. Ter vergelijking; in Spanje spreekt 24% van de bevolking een van de vier officiële regionale talen, dat komt neer op bijna 11 miljoen inwoners. In Nederland wordt de enige officiële regionale taal, het Fries, door 400.000 inwoners oftewel slechts 2,4% van de bevolking gesproken.

Spanje kent buiten de genoemde talen ook nog talloze dialecten en streektalen. Het beste voorbeeld daarvan is het Spaans dat wordt gesproken in Andalusië door ongeveer 7 miljoen mensen, met grote verschillen in vocabulaire en uitspraak. Het zogenaamde Andaluz (Andalusisch) is voor vele andere Spanjaarden moeilijk te verstaan. Het Valenciaans, een variant van het Catalaans gesproken in de gelijknamige regio, wordt door veel Valencianen zelf zelfs als een aparte taal beschouwd.

Religie

Christendom

De dominante religie in Spanje is het rooms-katholicisme en het is een traditioneel rooms-katholiek land. Volgens een volkstelling van 2010 beschouwt 70,5% van de bevolking zich als katholiek. 0,2% is protestant, 2,3% is islamitisch, 0,4% heeft een andere religie en 26,6% is areligieus.

De rooms-katholieke kerk in Spanje heeft zich in de Burgeroorlog principieel achter de door Franco geleide opstandelingen gesteld en verkreeg na het eind daarvan een officiële status in het landsbestuur. Deze geprivilegieerde status werd vastgelegd in het Concordaat dat in 1953 tussen de Spaanse regering en het Vaticaan werd gesloten. Ten gevolge van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) werd in de Spaanse Kerk het bewustzijn levend dat het samengaan met de staatsmacht afbreuk doet aan de evangelische verkondiging. De resoluties van het concilie hadden tot gevolg dat godsdienstvrijheid door de regering werd aanvaard en wettelijk werd erkend in de 'Ley de libertad religiosa' (28 juni 1967). Volgens art. 16 van de grondwet van 1978 heeft geen enkele godsdienst het karakter van een staatsgodsdienst. In januari 1979 werd het Concordaat opgeheven; er werden vier akkoorden door Spanje en het Vaticaan ondertekend waarin de positie van de rooms-katholieke kerk in Spanje op vier terreinen (juridisch, cultureel, economisch en militair) is geregeld.

De territoriale indeling van de rooms-katholieke kerk omvat in totaal 63 aartsbisdommen en bisdommen die tezamen elf kerkprovincies vormen. De aartsbisdommen Madrid-Alcalá en Barcelona hebben geen suffragaanbisdommen en vallen rechtstreeks onder de H. Stoel. Primaat van Spanje is de aartsbisschop van Toledo.

In de laatste decennia is het aantal praktiserend gelovigen gedaald. Volgens een onderzoek van The New York Times in 2005 gaat 18% van de bevolking regelmatig naar een kerkdienst. Binnen het deel van de bevolking dat wel religieus actief is zijn, net als in de meeste Europese landen, verschillende maten en niveaus van daadwerkelijke betrokkenheid te onderscheiden.

De heiligen Jakobus de Meerdere, Johannes van Ávila en Theresia van Ávila zijn de beschermheiligen van Spanje.

Protestanten, moslims en joden vormen kleine minderheden. Er bestaan een aantal protestantse bevolkingsgroepen, waarvan geen enkele uit meer dan 50.000 personen bestaat. Ook zijn er ongeveer 52.000 mormonen.

Niet-christelijke religies

Tot aan het begin van de 16de eeuw was de bevolking van het huidige Spanje religieus divers. Zo woonden er naast christenen relatief grote groepen moslims en joden.

Islam

De islam was de religie van de Moren die in het begin van de 8ste eeuw vanuit Noord-Afrika het huidige Spanje binnengevallen waren en grote delen van het Iberisch Schiereiland onder hun invloed brachten. Het rijk dat zij daar stichtten werd Al-Andalus genoemd. Hun heerschappij in het huidige Spanje duurde tot 1492 toen het laatste Moorse bolwerk Granada als deel van de Reconquista door de katholieke koningen veroverd werd. Hiermee eindigde nog niet meteen de aanwezigheid van moslims in het huidige Spanje, hoewel wel wordt aangenomen dat de meeste moslims het Iberisch Schiereiland als gevolg van de Reconquista verlieten. Pas enige jaren na 1492 werden de overgebleven moslims gedwongen zich alsnog tot het christendom te bekeren, dan wel het land te verlaten. Zij die zich tot het christendom bekeerden, werden conversos of moriscos genoemd. Zij die het land alsnog verlieten, vertrokken vooral naar Noord-Afrika. Heden ten dage neemt het aantal moslims in Spanje als gevolg van immigratie toe.

Jodendom

De aanwezigheid van joden in het huidige Spanje gaat terug tot het begin van onze jaartelling. Men vermoedt dat het aantal joden met name in de tijd dat het huidige Spanje deel uitmaakte van het Romeinse Rijk aanzienlijk is toegenomen. Zij vormden een aanzienlijke minderheid van de totale bevolking van Spanje. De aanwezigheid van de Sefardim, zoals deze Iberische joden genoemd worden, in het huidige Spanje eindigde in het jaar 1492 toen de katholieke koningen het zogenoemde Verdrijvingsedict uitvaardigden. Als gevolg van dit edict werden alle Sefardim gedwongen zich tot het christendom te bekeren of het land te verlaten. Zij die zich tot het christendom bekeerden, werden conversos of denigrerend maranen (of zwijnen) genoemd. Zij en hun nakomelingen waren nadien veelvuldig het slachtoffer van de Spaanse Inquisitie. Zij die het land verlieten, vertrokken vooral naar Portugal (waar zij een aantal jaren nadien voor dezelfde keuze gesteld werden), het Ottomaanse Rijk en Noord-Afrika, en in kleinere aantallen uiteindelijk ook naar de Nederlanden.

Cultuur

Literatuur

Schilderkunst

De Spaanse School wordt beschouwd als een van de grootste van Europa. Gedurende eeuwen heeft de Spaanse schilderkunst onder invloed gestaan van de katholieke Kerk. Tot de bekendste Spaanse meesters behoren El Greco, Juan Gris, Joan Miró, Bartolomé Murillo, Francisco Goya, Salvador Dalí, Juan Carreño de Miranda, Alonso Cano, Pablo Picasso, José de Ribera, Diego de Silva y Velázquez en Francisco de Zurbarán.

De belangrijkste kunstverzamelingen met Spaanse kunst bevinden zich in Madrid.

Beeldhouwkunst

Net als de schilderkunst werd de Spaanse beeldhouwkunst gekenmerkt door zijn religieus werk. Bekende beeldhouwers zijn Alonso Cano, Gregorio Fernández, Juan de Mesa, la Roldana en Pedro de Mena.

Toegepaste kunsten

Het modernisme, dat een kerkelijke goedkeuring had, kende in de 19e eeuw een grote bloei in Barcelona. Beroemd zijn vooral de architecten zoals Antoni Gaudí. Wereldberoemde Spaanse bouwwerken zijn casa Milà, het koninklijk klooster van het Escorial, het Museo Nacional del Prado en het Alhambra.

Daarnaast zijn er veel bekende artiesten, kunstenaars en designers zoals Daniel Zuloaga, Patricia Urquiola, Alejandro Mesonero-Romanos, Francisco Rabaneda Cuervo, Manuel Blahnik Rodríguez, Cristobal Balenciaga, Santiago Calatrava, Juan Caramuel de Lobkowitz en Lluís Domènech i Montaner.

Siësta

In Spanje wordt 's middags siësta gehouden, vooral in de zomer. De siësta duurt doorgaans van 14.00 tot 17.00 uur, maar kan plaatselijk verschillen, en vervangt de lunchpauze zoals die in de rest van Europa gebruikelijk is. Tijdens de siësta zijn veel winkels gesloten, het is het moment van de dag om te eten en uit te rusten of te slapen. De normale werktijden/schooltijden zijn anders dan in Noord-Europese landen en verschillen sterk per regio. Afhankelijk van de regio werkt men van 09.00 tot 14.00 uur en van 15.00 à 17.00 uur tot 18.00 à 21.00 uur. In de centra van grote steden zijn de meeste winkels zes dagen per week open van 10.00 tot 21.00 uur. Eind 2005 werd het voorstel gedaan om de siësta af te schaffen, maar voorlopig zijn daar geen concrete plannen voor.

Gastronomie

De Spaanse keuken is net zo divers als de Spaanse culturen en klimaten. Typische Spaanse producten zijn de vele wijnen en cava's, talloze worsten waaronder chorizo, jamón serrano of jamón ibérico (Iberische ham), talloze kazen, peulvruchten, rijst, mediterraanse groenten en veel verschillende zoetigheden. De bekendste gerechten zijn de Spaanse tortilla, churros, paella, gazpacho, stoofpotten (cocidos) en calamares a la romana (gefrituurde inktvis). Eveneens bekend zijn de tapas, die zowel 's middags als 's avonds kunnen worden gegeten en in sommige delen van het land gratis zijn. Het eten van tapas is ook in het buitenland (Noord-Europa, Noord-Amerika) populair. Er zijn honderden, zo niet duizenden soorten tapas die per regio verschillen. Snacks verwant met de tapas, maar apart besteld en gegeten, zijn de pinchos, waarvoor vooral het Baskenland bekendstaat, alwaar deze hapjes pintxos worden genoemd. Spanjaarden waarderen vooral de simpelheid, versheid en kwaliteit van het eten, en niet altijd de presentatie of het gebruik van zo veel mogelijk ingrediënten en kruiden in één gerecht.

Typisch Spaanse drankjes, die met name in de zomer worden gedronken, zijn sangria, horchata en clara (bier gemengd met licht zoete frisdrank). De naam sherry is afkomstig van de Andalusische stad Jerez de la Frontera. Spanje is een van de belangrijkste wijnproducenten ter wereld.

Er zijn regionaal veel verschillen te onderscheiden in de gastronomie: de Galicische keuken lijkt bijvoorbeeld totaal niet op de Catalaanse of Andalusische keuken. Er zijn echter toch een aantal typische kenmerken van de Spaanse eetcultuur:

  • Twee keer warm eten per dag (rond 15.00 uur en rond 22.00 uur), meestal een voorgerecht én een hoofdgerecht
  • Het drinken van wijn bij de maaltijd (ook 's middags)
  • Erg vaak buiten de deur eten (gemiddeld 4 keer per week)
  • Het koken met verse producten en weinig consumptie van diepvriesproducten, voorbereide kruidenmixen of kant-en-klaarmaaltijden
  • Scheutig gebruik van olijfolie voor zowel koude als warme gerechten
  • Grote consumptie van vis, schelp- en schaaldieren t.o.v. andere landen. Na Japanners zijn Spanjaarden de grootste visconsumenten ter wereld.
  • Het eten van zoetigheden als ontbijt (vrijwel nooit brood)

Stierenvechten

Het (vooral buiten Spanje) omstreden stierenvechten maakt deel uit van de Spaanse cultuur. Een stierengevecht wordt door vele Spanjaarden niet gezien als een sport, maar heeft voor hen het karakter van een artistieke uitvoering waarbij de menselijke (vooral mannelijke) superioriteit over het dier en de dood wordt getoond. Daarbij schijnt het voor sommige vrouwen als afrodisiacum te werken, hoewel dat voor anderen moeilijk voorstelbaar is. Stierenvechten zoals dat tegenwoordig wordt beoefend is al eeuwenoud en werd oorspronkelijk op dorpspleinen uitgevoerd. De eerste arena's waren van hout, maar in 1711 werd voor het eerst een arena uit steen gebouwd, in Béjar, een dorp in de provincie Salamanca. Vijf jaar later volgde Campo Frio, in de provincie Huelva. De arena van Ronda, naar men zegt gebouwd op de funderingen van een Romeins theater, werd in 1804 in gebruik genomen.

Ondanks het grote aantal stierengevechten in Spanje, waar behalve Spanjaarden ook veel buitenlandse toeristen naar gaan kijken, zijn er in het land zelf ook tegenstanders te vinden. Op 6 april 2004 verbood de gemeenteraad van Barcelona als eerste stad het stierenvechten, overigens zonder dat dit gevolgen had: tot in 2011 zijn in de arena van Barcelona stierengevechten gehouden. In 2009 verbood Catalonië (waar Barcelona de hoofdstad van is), als eerste autonome gemeenschap op het vasteland, het stierenvechten. Dit verbod is ingegaan op 1 januari 2012 waardoor de corridas van 2011 de laatste waren. In 2016 werd het verbod door het Spaanse hooggerechtshof opgeheven, daar dit in strijd zou zijn met landelijke wetgeving.

Feesten

Spanje heeft een relatief groot aantal feestdagen, waarvan sommige uitbundig worden gevierd – vooral de vele regionale feestdagen. De nationale feestdagen zijn vaak niet meer dan vrije dagen. Dit geldt niet voor de Semana Santa, de heilige week rondom Pasen. De Spanjaarden zelf hebben hun feesten geklasseerd naar regionaal, nationaal of internationaal belang. Zo is de Semana Santa van Sevilla, net als die van 16 andere steden, geklasseerd als feest van internationaal belang. Sommige feesten en tradities zijn opgenomen op de lijst van immaterieel (cultureel) erfgoed van UNESCO. De feesten trekken jaarlijks duizenden toeristen en pelgrims. Traditioneel begint een feest op de vooravond, de zogenaamde visperas (vespers), en worden vaak missen opgedragen ter ere van een plaatselijke patroonheilige. Vaak worden ook offers van devotionalia met bloemen georganiseerd gevolgd door een processie.

Ook de traditie van de bedevaart naar Santiago de Compostella is internationaal vermaard.

Tijdens feesten dragen de Spanjaarden met trots hun lokale drachten, waarvan er tientallen varianten bestaan. Tijdens de feesten worden vaak verschillende traditionele dansen in openlucht gedanst, zoals de flamenco, jota, sardana, muneira en fandango. Hierbij worden vaak traditionele muziekinstrumenten gebruikt zoals castagnetten en tibles.

De bekendste en grootst gevierde regionale feesten zijn:

  • Fiestas de la Magdalena in Castellón de la Plana, ter ere van Maria Magdalena
  • Tamborrada in San Sebastian, ter van Sint-Sebastiaan
  • Las Fallas in Valencia, ter ere van Sint-Jozef
  • Festes de Santa Tecla: ter ere van de Heilige Tecla
  • Semana Santa van Sevilla: de goede week
  • De Romeria van Rocio: bedevaart ter ere van Onze-Lieve-Vrouwe van Rocio
  • Patum de Berga, traditioneel feest ter ere van het heilig sacrament
  • Misteri d'Elx, katholieke middeleeuwse mysteriespelen ter ere van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming
  • Corpus Christi: grote sacramentsprocessie in Toledo en de bloementapijten in Elche de la Sierra
  • Het aprilfeest (Feria de Abril) in Sevilla
  • Fiesta de la Mercè in Barcelona ter ere van Onze-Lieve-Vrouwe van Barmhartigheid
  • San Juan: feesten ter ere van Sint-Johannes met onder meer de Hogueras de San Juan
  • Virgen de la Paloma, Madrid: ter ere van Onze-Lieve-Vrouwe van La Paloma
  • Fiesta de San-Isidro, Madrid: ter ere van Sint-Isidoor
  • El Pilar in Zaragoza: ter Ere van Onze-Lieve-Vrouwe van de Zuil
  • San Fermínfeesten in Pamplona: ter ere van Sint-Ferminus
  • Het carnaval van Cádiz, Sitges en Tenerife
  • Het tomatenfeest in Buñol

Hoewel nationale feestdagen niet meer dan vrije dagen zijn, worden hierbij wel grote ceremoniën aan het Hof gehouden, waarbij de koninklijke familie kransen legt en militaire parades bijwoont. De bekendste nationale wettelijke feesten zijn:

  • Día de la Hispanidad (Columbusdag)
  • Fiesta nacional de España
  • Día de las Fuerzas Armadas
  • Día de la Constitución (Dag van de Grondwet)
  • Feest van Santiago, de patroonheilige van Spanje

Media

De meeste landelijke dagbladen worden uitgegeven in Madrid of Barcelona. De krant El País is met een oplage van ongeveer 494.697 exemplaren het grootste dagblad. El País wordt uitgegeven in Madrid, evenals El Mundo (390.831), ABC (331.810) en La Razón (166.006). Uitgevers uit Barcelona brengen de landelijke kranten La Vanguardia (231.287) en El Periódico (174.960) uit. Naast de reguliere kranten zijn ook de landelijke sportkranten El Mundo Deportivo, Sport (beide uitgegeven in Barcelona), Marca en Diario AS (uitgegeven in Madrid) van belang.

De publieke radio- en televisieomroep is in handen van Radiotelevisión Española (RTVE). Verder zijn er verschillende commerciële zenders.

Sport

In 1992 organiseerde Barcelona de Olympische Zomerspelen, de eerste en tot nu toe enige keer dat dit evenement in Spanje werd gehouden.

Voetbal is de populairste sport in Spanje. De Spaanse competitie wordt gezien als een van de sterkste ter wereld. Bekende voetbalclubs zijn onder andere Real Madrid CF, FC Barcelona, Valencia CF, Sevilla FC, Atlético Madrid en Villarreal CF. Grote clubs als Real Madrid en FC Barcelona behoren tot de succesvolste clubs van Europa. Ook het nationale voetbalelftal is van hoog niveau. In 1964 werd Spanje op eigen bodem Europees kampioen en van 2008 tot 2012 won het met groot machtsvertoon als eerste land ooit drie grote kampioenschappen op rij: het EK in 2008, het WK in 2010 en het EK in 2012.

Op de tweede plaats komt basketbal. Ook basketbal wordt in Spanje op hoog niveau gespeeld. Real Madrid Baloncesto is de succesvollste club van Europa. In 2006 werd het Spaanse nationale basketbalteam wereldkampioen. Ook won het team drie EK's. Bekende namen in het basketbal zijn onder meer Pau Gasol, Marc Gasol, Serge Ibaka, Rudy Fernández en Ricky Rubio.

Ook in het wielrennen op de weg draait Spanje goed mee. Met renners als Alberto Contador, Alejandro Valverde en Joaquim Rodríguez in hun rangen strijden de Spanjaarden regelmatig mee voor de podiumplaatsen. Miguel Indurain won van 1991-1995 vijf keer op rij de Tour de France. Ieder jaar wordt in augustus en september de Ronde van Spanje (Vuelta) verreden, die drie weken duurt en behoort tot de drie Grote Rondes van het wielrennen.

Op tennisgebied heeft Spanje altijd met de top meegedraaid en veel grandslamkampioenen voortgebracht. Rafael Nadal wordt gezien als een van de beste tennissers aller tijden. Hij won vijftien grandslams, waaronder tien keer Roland Garros.

Ook motorsport is erg populair in Spanje. In de MotoGP heeft Spanje met Marc Márquez en Jorge Lorenzo twee wereldtoppers. Fernando Alonso is tweevoudig wereldkampioen in de Formule 1.

Ontstaan in het Baskenland is pelota. Deze sport werd eerst alleen in Spaans en Frans Baskenland, maar tegenwoordig over de hele wereld gespeeld.

Bezienswaardigheden

Er staan 44 Spaanse bezienswaardigheden op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De bekendste hiervan zijn:

  • Het Alhambra in Granada
  • Het historische centrum en de kathedraal van Córdoba
  • De palmentuin van Elx, vlak bij Alicante
  • De werken van Antoni Gaudí: onder anderen Park Güell, Casa Batlló, Sagrada Família, Casa Milà en Palau Güell in Barcelona.
  • De musea en architectuur van Madrid
  • Het historische centrum van Toledo
  • De kathedraal en het Alcázar van Sevilla
  • Het historische centrum en de pelgrimsroutes naar Santiago de Compostella
  • De kathedraal van Burgos
  • Het historische centrum van Salamanca
  • De witte dorpen in de omgeving van Málaga
  • Het historische centrum van Alcalá de Henares
  • La Lonja de la Seda in Valencia
  • Nationaal Park El Teide op Tenerife (Canarische Eilanden)