Toerisme / Vervoer
Staatsinrichting
Volgens de Grondwet van 1917 is Mexico een 'democratische, representatieve en federale republiek' (República Democrática, Representativa y Federal) met een uitvoerende, een wetgevende en een juridische macht.
De wetgevende macht, het Congres van de Unie (Congreso de la Unión), bestaat uit een Senaat (Senado) en een Kamer van Afgevaardigden (Cámara de Diputados). De leden van het Congres worden direct gekozen, deels door evenredige vertegenwoordiging en deels door een districtenstelsel. Het is congresleden verboden twee opeenvolgende termijnen dienen, het is wel toegestaan meerdere termijnen te dienen wanneer deze niet opeenvolgend zijn. Verkiezingen voor de Kamer van Afgevaardigden vinden elke drie jaar plaats, voor de Senaat elke zes jaar.
De uitvoerende macht is gevestigd in de President van Mexico (Presidente Constitucional de los Estados Unidos Mexicanos), die zowel staatshoofd als regeringsleider is. De president heeft traditioneel erg veel macht, critici spreken dan ook wel van een 'keizerlijke president' (presidencia imperial), hoewel de macht van de president de laatste jaren aan erosie onderhevig is. Sinds 1997 heeft geen enkele president meer over een meerderheid in het Congres beschikt, waardoor hij minder in staat is slagvaardig op te treden. De belangrijkste beperking van de presidentiële macht is de sexenio, het feit dat de president na zijn zesjarige termijn niet meer herkozen kan worden. Het wordt in Mexico dan ook niet op prijs gesteld als voormalige presidenten zich met de politiek bemoeien. De president kan ministers benoemen en ontslaan, zijn kabinet maakt geen deel uit van de uitvoerende macht. Het kabinet bestaat momenteel uit 19 ministeries (secretarías), maar dat is geen vaststaand aantal. De huidige president is Enrique Peña Nieto. Na de president worden de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie vaak als machtigste personen van het land gezien. Momenteel worden die functies vervuld door respectievelijk Miguel Ángel Osorio Chong en Arely Gómez González, partijgenoten van Peña Nieto.
Mexico heeft een presidentieel stelsel, wat betekent dat het Congres en de president onafhankelijk van elkaar opereren. De president is geen verantwoording schuldig aan het Congres en kan ministers (met uitzondering van de Minister van Justitie) benoemen en ontslaan zonder tussenkomst van het Congres. Daar staat tegenover dat de president het Congres nooit kan ontbinden.
De rechterlijke macht rust bij het Hooggerechtshof van de Natie (Suprema Corte de Justicia de la Nación) en een grote hoeveelheid lagere en gespecialiseerde rechtbanken. Het Hooggerechtshof bestaat uit 11 leden die door het Congres voor 15 jaar worden aangewezen.
Mexico kent universeel stemrecht vanaf 18 jaar. Algemeen mannenkiesrecht bestaat (met onderbrekingen) sinds 1857, vrouwenkiesrecht werd op nationaal niveau in 1953 ingevoerd. Officieel kent Mexico ook stemplicht, maar er staat geen straf op niet stemmen. Federale verkiezingen worden georganiseerd door het Nationaal Electoraal Instituut (INE), regionale verkiezingen door statelijke kiesinstituten. Wegens de dominantie van de PRI zijn verkiezingen en de onafhankelijkheid van politieke instituties lange tijd vooral een schijnvertoning geweest. De laatste jaren is daar verandering in gekomen, hoewel verkiezingen zeker op gemeentelijk en deelstaatniveau nog steeds niet altijd eerlijk verlopen en politieke corruptie een groot probleem is.
Bestuurlijke indeling
Mexico is een federatie verdeeld in 31 'vrije en soevereine' staten en Mexico-Stad. Elke staat heeft aan het hoofd een gouverneur (gobernador), die voor zes jaar wordt verkozen in directe verkiezingen en niet herkiesbaar is, een staatscongres (congreso estatal) dat voor drie jaar wordt gekozen en een eigen grondwet. Mexico-Stad heeft sinds een bestuurlijke hervorming in 2016 bijna precies dezelfde status als die van de deelstaten. Het wordt geleid door een regeringsleider (jefe de gobierno) en heeft haar eigen wetgevende assemblee (asamblea legislativa). Vóór 2016 was Mexico-Stad een Federaal District dat minder bevoegdheden had dan de deelstaten, en tot 1997 werd de regeringsleider van Mexico-Stad bijvoorbeeld niet door de bevolking gekozen.
Mexico is verder onderverdeeld in 2438 gemeentes (municipios), elk bestuurd door een voor drie jaar gekozen burgemeester (presidente municipal), die bijgestaan wordt door gemeenteraadsleden zonder portefeuille (regidores).
Politieke partijen
In het Congres zijn acht politieke partijen vertegenwoordigd. Voor alle partijen geldt in meer of mindere mate dat zij eerder op personalistische of belangenredenen gebaseerd zijn dan op de ideologie die zij zeggen aan te hangen:
- Nationale Actiepartij (Partido Acción Nacional, PAN). Een conservatieve partij die op economisch terrein voorstander is van een vrijemarkteconomie. Regeerde tussen 2000 en 2012 met president Vicente Fox en Felipe Calderón.
- Institutioneel Revolutionaire Partij (Partido Revolucionario Institucional, PRI). Gevormd in 1929, vanaf dat moment (onder verschillende namen) tot 2000 aan de macht. Oorspronkelijk links georiënteerd, profileert zich tegenwoordig als partij in het politieke centrum. De partij van huidig president Enrique Peña Nieto. Heeft een imago van corruptie en oneerlijkheid.
- Partij van de Democratische Revolutie (Partido de la Revolución Democrática, PRD). Een linkse partij, opgericht in 1989, in feite als samenvoeging van dissidente PRI-leden en kleine linkse partijen.
- Groene Ecologische Partij van Mexico (Partido Verde Ecologista de México, PVEM), formeel een groene partij, maar wordt door de meeste buitenlandse groene partij veroordeeld. Heeft nauwe banden met de Mexicaanse entertainmentindustrie.
- Partij van de Arbeid (PT), socialistisch.
- Partij van de Burgerbeweging (PMC), sociaaldemocratisch.
- Nieuwe Alliantie (Nueva Alianza, PANAL), liberaal/belangenpartij voor leraren.
- Beweging van Nationale Regeneratie (MORENA). Links. Vooral georganiseerd rond de persoon van Andrés Manuel López Obrador, tweevoudig presidentskandidaat voor de PRD.
- Sociale ontmoetingspartij (PES). Conservatief. Heeft banden met evangelische kerkgemeenschappen.
Internationale betrekkingen
Mexico's buitenlandse beleid is traditioneel bepaald geweest door de principes van non-interventie en zelfbeschikkingsrecht, in 1930 geformuleerd als de Estradadoctrine. De Mexicaanse regering achtte het moreel onrechtvaardig op te treden, zowel militair als door politieke of economische drukmiddelen tegen vreemde mogendheden, daar dit de soevereiniteit van deze landen zou schaden. De laatste jaren is hier verandering in gekomen, en poogt Mexico een actievere rol te spelen in de wereldpolitiek. Wel weigert Mexico bijvoorbeeld nog steeds deelname aan militaire missies van de Verenigde Naties (VN).
Mexico is lid van onder andere de Verenigde Naties, de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OAS), de Veiligheids- en Welvaartsalliantie van Noord-Amerika en de G8+5 en is waarnemend lid van de Caricom, de Raad van Europa , de Organisatie van Niet-gebonden Landen en de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UZAN/Unasur).
Relatie met Verenigde Staten
Lange tijd leefden de Amerikanen en Mexicanen op gespannen voet met elkaar. In de 19e eeuw is Mexico een groot deel van zijn grondgebied kwijtgeraakt aan de Verenigde Staten, iets wat in Mexico beter herinnerd wordt dan in de VS. Na de Mexicaanse Revolutie ontstond er in de VS een wantrouwen tegenover Mexico, omdat men bang was dat het socialisme zich vanuit Mexico over Latijns-Amerika zou verspreiden. Door de kalmering van de Revolutie werd de relatie tussen beide landen echter beter. In de Tweede Wereldoorlog vocht Mexico aan de zijde van de Geallieerden mee in de Grote Oceaan. Tekenend voor het herstel van de goede relaties was het bezoek van toenmalig Amerikaans president Harry Truman aan het monument voor de Niños Héroes, jonge soldaten die tijdens de Mexicaans-Amerikaanse oorlog waren omgekomen, in 1952.
Het belangrijkste twistpunt tussen de twee landen is de immigratie. Veel arme Mexicanen beproeven hun geluk in de Verenigde Staten, terwijl de Verenigde Staten de instroom zo veel mogelijk wil beperken. In de jaren 90 is er in de stedelijke gebieden aan de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten een barrière gebouwd, die in 2006 verder is uitgebreid. Er worden enkele honderdduizenden Mexicanen per jaar gearresteerd door de Amerikaanse grenspolitie en ook wordt er melding gemaakt van illegale migranten die de oversteek door de woestijn niet overleven. Naar aanleiding van de strijd tegen terrorisme is de Amerikaanse grenscontrole strenger geworden. Er worden vaak vingerafdrukken afgenomen, wat veel kwaad bloed zet in Mexico. Verder zijn veel Mexicaanse immigranten in de VS het slachtoffer van discriminatie of racisme; andersom ervaren veel Amerikanen dan weer een sterk antiamerikanisme in Mexico.
Een ander heikel punt is de uitlevering van gevangenen. Mexico weigert wegens het handhaven van de doodstraf in de Verenigde Staten vaak criminelen uit te leveren aan dat land, wat vooral in het verleden vaak voor wrijving heeft gezorgd en ertoe leidde dat Mexico een toevluchtsoord werd voor Amerikaanse criminelen. De laatste jaren is de samenwerking op het gebied van de criminaliteitsbestrijding echter aanzienlijk verbeterd.
Aan de andere kant beschuldigt de Amerikaanse regering Mexico ervan niet genoeg te doen tegen drugssmokkel en illegale immigratie, waar de zuidwestelijke Amerikaanse staten veel overlast van ondervinden. Verder heeft de Amerikaanse regering in het verleden regelmatig kritiek geuit op de mensenrechtenomstandigheden en het gebrek aan democratie in Mexico.
Overigens is de relatie tussen de Mexicaanse en Amerikaanse regeringen op wat incidenten na over het algemeen goed te noemen. Beide landen werken op tal van punten samen en maken samen met Canada deel uit van de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsorganisatie.
Mensenrechten
Sinds de jaren 90 is in Mexico op mensenrechtengebied enige vooruitgang geboekt. Hoewel de mensenrechtensituatie in het verleden niet bijzonder goed was, was het voor Latijns-Amerikaanse maatstaven toch nog redelijk te noemen. De laatste jaren lijkt echter een achteruitgang te zijn opgetreden, met name door de intensivering van de strijd tegen de drugskartels. Buitensporig gebruik van geweld van politie en leger en oneerlijke afhandeling van rechtszaken behoren tot de grootste problemen. De autoriteiten werken zeker op lokaal niveau vaak samen met criminele groeperingen. Andere punten van zorg zijn geweld tegen vrouwen, straffeloosheid qua mensenrechtenschendingen in het verleden, arbitraire gevangenname, marteling en de positie van de indianen.
Binnenlandse conflicten
Sinds president Calderón in december 2006 de oorlog verklaarde aan de drugskartels is de strijd van deze kartels onderling en tegen de overheid geëscaleerd. Sinds het aantreden van Calderón heeft de drugsoorlog meer dan 40.000 levens geëist. Waarnemers vrezen voor de effecten van de drugsoorlog op de politieke stabiliteit van het land; het beeld van een 'tweede Colombia' ligt op de loer. Aangezien de meeste kartels over elitetroepen beschikken die gedeserteerd zijn uit politie of leger hoeven de kartels qua slagkracht vaak niet onder te doen voor de overheidstroepen. Als factoren die bijdragen tot de hevigheid van het geweld worden onder andere genoemd het wegvallen van de eenpartijstaat waardoor criminelen het machtsvacuüm opvullen, de grote verschillen tussen arm en rijk in het land en de nabijheid van de Verenigde Staten zowel als afzetmarkt voor drugs als als leverancier van vuurwapens.
Verder zijn er in verschillende Mexicaanse staten conflicten met een lage intensiteit. Het bekendst is de opstand van het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (EZLN) in Chiapas. Deze opstand krijgt internationaal veel aandacht maar sinds het uitbreken van de opstand in 1994 heeft er maar weinig geweld plaatsgevonden. Wel zijn er berichten over mensenrechtenschendingen begaan door overheidstroepen. Uit Guerrero is het minder bekende Revolutionaire Volksleger (EPR) afkomstig. Verder bestaan in Mexico nog zeker een dozijn gewapende bewegingen. De meeste daarvan zijn echter alleen op papier actief. Hun activiteiten bestaan uit weinig meer dan het publiceren van pamfletten en het sturen van bedreigingen.
Economie
Tot de jaren 80 werd de Mexicaanse economie voor een groot deel door de overheid geleid. Sinds president Miguel de la Madrid wordt Mexico echter in toenemende mate een neo-liberale vrijemarkteconomie, en is het beleid van importsubstitutie-industrialisatie vervangen door een op de export gericht economisch beleid. Het aantal bedrijven in handen van de overheid is de afgelopen 20 jaar met 80% gedaald. Onder andere de spoorwegen, telecommunicatie en elektriciteit zijn geprivatiseerd. In 1994 is Mexico toegetreden tot de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsorganisatie. Sindsdien is de export met 170% toegenomen. De werkloosheid was in 2015 zo'n 4,3%. Veel Mexicanen emigreren naar de Verenigde Staten, of werken bij Amerikaanse bedrijven in het noorden van het land. Mexico had in 2015 een economische groei van 2,3%.
Met een bruto nationaal product van 15.600 per hoofd van de bevolking hoort Mexico tot de landen met een hoog inkomen; het hoeft in Latijns-Amerika alleen Chili en (gecorrigeerd naar koopkracht) Costa Rica en Uruguay voor zich te laten. De welvaart is erg ongelijk verdeeld; de hoogste 20% is goed voor 55% van de inkomens. 17% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De schuldenlast van 174 miljard Amerikaanse dollar (2005) drukt zwaar op de begroting. Onder economen bestaat onenigheid of Mexico wel of niet als ontwikkelingsland gezien moet worden. Bovendien zijn er per regio grote verschillen in het welvaartspeil. Delen van Nuevo León en het Federaal District zijn bijna even welvarend als Europa, terwijl Chiapas en Oaxaca qua armoede niet onderdoen voor de landen van Centraal-Amerika. 18% van de Mexicanen werkt in de landbouw, wat goed is voor 4% van het Bruto Nationaal Product. De grootste sector, zowel qua werkgelegenheid als qua aandeel aan het BNP is de dienstverlening.
De munteenheid van Mexico is de Mexicaanse peso (MXN), die in zijn huidige vorm bestaat sinds de waardeloos geworden oude peso in 1993 werd vervangen. Mexico is een van 's werelds grootste exporteurs van aardolie en ook is er enige aardgaswinning. De winning van deze fossiele brandstoffen is door de grondwet vastgelegd als overheidsmonopolie en worden geëxploiteerd door het staatsbedrijf PEMEX. Mexico is 's werelds grootste producent van zilver. Het belangrijkste agrarische exportproduct is maïs (4e exporteur ter wereld). Gefabriceerde goederen zijn Mexico's grootste bron van inkomsten: consumptiegoederen als elektronica, auto's, metalen en vliegtuigen. Sinds 2008 is Mexico de grootste fabrikant van televisies en mobiele telefoons en de Mexicaanse regering probeert de economie te bevorderen op basis van geavanceerde industrie en technologie. Andere belangrijke economische activiteiten zijn het bankwezen, voedingsmiddelen, bossen en mineralen. Mexico's belangrijkste handelspartners zijn de Verenigde Staten, Canada, Japan, Duitsland en China.
Mexico heeft 32 vrijhandelsverdragen met meer dan 40 landen, die meer dan 90% van de Mexicaanse internationale handel dekken. In 2011 was Mexico een van de oprichters van de Pacific Alliantie, met de andere drie leden Chili, Colombia en Peru vormt het land een handelsblok.
Verkeer en vervoer
Mexico heeft een van de uitgebreidste wegennetwerken van Latijns-Amerika. Mexico kent 4000 kilometer snelweg, waarvan het meeste tolweg.
Mexico kent verder een redelijk uitgebreid spoorwegennetwerk, al vindt er sinds de privatisering van de spoorwegen nauwelijks nog personenvervoer plaats. Een lijn waar dat nog wel gebeurt is de beroemde Chihuahua al Pacífico, die door de Koperkloof voert.
Het meeste binnenlandse vervoer is per bus of vliegtuig. Enkele vliegvelden zijn Benito Juárez, Cancún, Don Miguel Hidalgo y Costilla, General Mariano Escobedo en Puebla.
Mexico heeft 108 havens waarvan Tampico en Veracruz Llave aan de Golf van Mexico en Acapulco de Juárez en Mazatlán aan de Grote Oceaan de grootste zijn.
De naam "Mexico"
Het woord Mexico is uit het Nahuatl afkomstig. Het was oorspronkelijk de naam van de centrale deelstaat van het Azteekse Rijk. De betekenis is niet zeker. Een mogelijke afkomst is "Plaats van Mextli", een mythische leider. Een andere mogelijkheid is een archaïsch woord voor zon, of de naam van een grassoort uit het Texcocomeer. Volgens de Mexicanist Miguel León Portilla is het afkomstig van de woorden meztli (maan), xictli (navel, centrum) en -co (plaats) het zou dan dus "centrum van de maan" betekenen.
Door de Azteken werd Mexico als "Mesjiko" uitgesproken. In het Spaans van de 16e eeuw werd de sj als x geschreven, en aangezien het Nahuatl voor het eerst door Spanjaarden naar het Latijnse alfabet is omgezet werd de spelling dus México. Maar gedurende de eeuwen veranderde in het Spaans de uitspraak sj (geschreven als x) naar ch (geschreven als j). Zo veranderde in Spanje de spelling México in Méjico. In Mexico werd de oude spelling gehandhaafd en ook in Spanje wordt tegenwoordig México geschreven, al komt Méjico sporadisch nog wel voor. De spelling Méjico wordt in Mexico soms als beledigend en imperialistisch ervaren.
Door niet-Spaanstaligen wordt veelal "Meksiko" gezegd. Dit is spellinguitspraak.
Dezelfde spellingsverandering is wel algemeen aanvaard in veel andere Mexicaanse topografische namen. Zo werd Jalisco oorspronkelijk als Xalisco geschreven en Guanajuato als Guanaxuato. Oaxaca heeft dan wel weer zijn oude spelling behouden, terwijl in het geval van Xalapa zowel de spellingen Xalapa als Jalapa gebruikelijk zijn.
Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mexico_(land)


