⇐ Cultuur / Godsdienst

Presentatie ⇒

Toerisme / Vervoer

Media

De belangrijkste Nederlandse dagbladen zijn De Telegraaf, Algemeen Dagblad, de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw. Historisch gezien is ook het Parool dat in de Tweede Wereldoorlog als verzetskrant werd opgericht een belangrijke krant. Tegenwoordig is het hoofdzakelijk gericht op de stad en regio Amsterdam. Voor (protestantse) kerkelijke lezers zijn het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad bekende landelijke kranten. Met Metro heeft Nederland ook een gratis krant. Elsevier, HP/De Tijd, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer zijn vier opiniebladen.

De Nederlandse televisie heeft zowel publieke als commerciële zenders. Deze laatste werden toegelaten vanaf 1988, later dan in omringende landen. De publieke omroep bestaat uit NPO 1, 2 en 3 en voor Nederlanders in het buitenland BVN en wordt gekenmerkt door de verzuilde structuur. De belangrijkste bedrijven die commerciële televisie verzorgen zijn RTL Nederland en SBS Broadcasting, die samen in totaal zeven zenders beheren. Enkele andere commerciële zenders zijn Nickelodeon, Comedy Central en Kindernet.

Op radiogebied is er eveneens een groot aantal zenders. Er zijn zes landelijke publieke zenders, met NPO Radio 1, NPO Radio 2 en NPO 3FM als belangrijkste, en verscheidene digitale en regionale publieke zenders. Radio 538, Sky Radio en Q-music zijn de belangrijkste spelers in de commerciële markt.

In Nederland heerst een grote mate van persvrijheid, zonder controle vooraf op publicaties in de geschreven pers of op radio, tv en internet. De begrenzing hierbij is dat wie zich schuldig maakt aan belediging, discriminatie, aanzetten tot haat e.d. de kans loopt zich achteraf te moeten verantwoorden. De Mediawet zorgt voor mediapluriformiteit binnen het publieke omroepenbestel. Ook kan het bevoegd gezag leeftijdsgrenzen stellen voor de toegang tot bepaalde media.

Sport

In Nederland is voetbal de belangrijkste sport. Het Nederlandse voetbalelftal won het Europees kampioenschap voetbal 1988 en behaalde op veel andere EK's en WK's ereplaatsen; voormalige voetballers als Johan Cruijff en Marco van Basten, alsmede de in het buitenland werkende trainer-coach Guus Hiddink en Louis van Gaal droegen eraan bij dat Nederland op dit gebied wereldwijd bekend werd. Andere populaire sporten zijn onder meer hockey, schaatsen, wielersport, paardensport, volleybal, handbal, korfbal, tennis, golf en zwemmen. Ook neemt het darts de laatste jaren een belangrijke positie in Nederland in. Dit komt mede door de huidige media-aandacht die aan de sport wordt gegeven. Ook is dit succes mede te danken aan (voormalig) wereldkampioenen Raymond van Barneveld, Michael van Gerwen, Jelle Klaasen en Christian Kist. Typisch Nederlandse sporten zijn onder meer fierljeppen, kaatsen, klootschieten en korfbal.

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werden sportclubs en -bonden gevormd. Een belangrijk figuur in de Nederlandse sportgeschiedenis is Pim Mulier, die aan het eind van de 19e eeuw veel tot dan toe niet tot nauwelijks bekende sporten in Nederland introduceerde en professionaliseerde. Hij was ook de initiator van de Elfstedentocht, een 200 km lange schaatstocht over natuurijs langs de Friese elf steden. In 1900 was het debuut van Nederland op de Olympische Spelen een feit: sindsdien werden meer dan 300 medailles behaald, waaronder 100 gouden. Daarmee staat Nederland zeventiende op de medaillespiegel van de Olympische Spelen aller tijden.

Het NOC*NSF is de overkoepelende sportorganisatie van de Nederlandse sportbonden en de Nederlandse vertegenwoordiger binnen de internationale sportkoepel IOC. Nederland heeft vier topsportcentra waar topsporters kunnen trainen, studeren en wonen, waaronder het Nationaal Sportcentrum Papendal in Arnhem. Amsterdam organiseerde de Olympische Zomerspelen 1928; in 1980 vonden de Paralympische Zomerspelen plaats in Arnhem. Samen met België was Nederland gastheer van het Europees kampioenschap voetbal 2000. Voorts zijn er plannen om de Olympische Zomerspelen 2028 te organiseren.

Economie

Economische basis

Nederland is een welvarend land met een open economie, die sterk leunt op de buitenlandse handel, met name met Duitsland. De economie wordt getypeerd door stabiele verhoudingen, een matige inflatie, een terughoudend financieel beleid en door zijn belangrijke rol als Europese transportader. Over de gehele linie bekeken hoort Nederland tot de 20 grootste economieën van de wereld, na de 'grootmachten' als (willekeurige volgorde) Duitsland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Japan en dergelijke. Duitsland (24,5%), België (11,1%), Verenigd Koninkrijk (9,3%), Frankrijk (8,4%) en Italië (4,2%) zijn de belangrijkste exportpartners van Nederland. Duitsland(14,7%), China(14,5%), België (8,2%), Verenigde Staten (8,1%), en Verenigd Koninkrijk (5,1%) zijn de belangrijkste importpartners.

Na de Verenigde Staten en Frankrijk is Nederland, ondanks zijn geringe oppervlakte, in absolute omvang het derde exportland op het gebied van land- en tuinbouwproducten ter wereld. In 2016 steeg Nederland nog naar de tweede plek van de wereld. In de intensieve, gemechaniseerde land- en tuinbouw werkt weliswaar slechts 4% van de Nederlandse beroepsbevolking, maar er worden door de sector enorme hoeveelheden voedsel voor de voedselverwerkingsindustrie en de export geproduceerd. De glastuinbouw is van grote omvang en vertegenwoordigt bijna de helft van de totale Europese capaciteit. Ook de bloembollenteelt met de bekende bollenvelden (onder andere tulpenbollen)is van aanzienlijk belang. Nederland is op dit gebied de voornaamste producent voor de Europese- en Noord-Amerikaanse markt.

De voedings- en genotmiddelenindustrie, de chemische industrie, de aardolie-industrie en de metaalindustrie zijn de belangrijkste industriële activiteiten in Nederland.

Andere belangrijke onderdelen van de economie zijn de internationale handel en het bankwezen. Amsterdam is het financiële en zakencentrum van Nederland en behoorde nog in 2008 bij de grootste tien zakencentra ter wereld. De Amsterdamse effectenbeurs is de locatie van de Amsterdam Exchange Index (AEX) en is tegenwoordig onderdeel van Euronext. Sinds 1 januari 2002 is de Euro het enige wettige betaalmiddel. Daarvoor werd betaald met de Nederlandse gulden. In de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba is de Amerikaanse dollar wettig betaalmiddel.

Energie

Als hoogontwikkelde economie heeft Nederland net als andere geïndustrialiseerde landen een hoog energieverbruik, 3330 PJ voor 2008. Het grootste deel hiervan wordt opgewekt met behulp van fossiele brandstoffen, vooral aardolie, aardgas en steenkool. Afgezien van aardgas worden deze voornamelijk geïmporteerd. Een groot deel van de aardolie wordt na raffinage weer geëxporteerd. Ook het aardgas uit eigen bodem wordt voor een groot deel uitgevoerd. Met aardgas en in mindere mate steenkool wordt ook het grootste deel van de benodigde elektriciteit opgewekt. Een beperkte bijdrage hierin wordt geleverd door duurzame energie en kernenergie en ook importeert de Nederlandse elektriciteitsmarkt via de trans-Europese energienetwerken.

Om in 2020 30% minder broeikasgassen uit te stoten, richt het beleid zich hier op energiebesparing en duurzame energie.

Toerisme

Nederland wordt jaarlijks door ongeveer 10 tot 11 miljoen buitenlandse toeristen bezocht. Onder de belangrijkste bezienswaardigheden zijn de historische steden, vooral Amsterdam, de Deltawerken en het polderlandschap.

De Nederlandse steden gelden als belangrijke toeristische bestemming. Vooral de hoofdstad Amsterdam is populair onder buitenlandse toeristen, mede dankzij de coffeeshops en het prostitutiegebied de Wallen. Ook de grachtengordel met een groot aantal historische bouwwerken en belangrijke musea gelden als een belangrijke bezienswaardigheid. Met 4,9 miljoen toeristen (2007) is Amsterdam de op vier na meest bezochte toeristenbestemming in Europa en de op zes na grootste congresstad ter wereld.

Ook de andere drie grote steden hebben hun eigen kenmerken. Rotterdam heeft een moderne skyline en haven, Den Haag heeft de Ridderzaal, Madurodam en de badplaats Scheveningen en Utrecht is bekend om zijn Domtoren. Verder zijn er nog vele andere bezienswaardige steden en dorpen. Er zijn historische plaatsen als Gouda, Delft en Alkmaar, Middelburg, Veere en Maastricht en plaatsen met een folkloristisch karakter zoals Volendam, Marken en de Zaanse Schans. Vele grotere en middelgrote steden hebben ook een heel specifiek eigen karakter zoals Eindhoven (met zijn industrieel erfgoed) en de steden Groningen, Breda, 's-Hertogenbosch, Leeuwarden en Leiden, rijk aan historisch erfgoed.

Verder zijn er nog attractieparken zoals de Efteling, Duinrell, Walibi Holland en de miniatuurstad Madurodam. Nederland kent verschillende dierentuinen zoals Artis, Koninklijke Burgers' Zoo en Diergaarde Blijdorp. Het Waddengebied en in het bijzonder de Waddeneilanden trekken veel toerisme.

Transport

Van groot belang voor de Nederlandse economie is de transportsector. De haven van Rotterdam is de grootste van Europa en een van de grootste ter wereld. Andere belangrijke havengebieden zijn Amsterdam, Eemshaven en de Zeeuwse havens. Het achterland van deze havens wordt ondersteund door een uitgebreid net van rivieren, kanalen en andere waterwegen. De binnenvaart en de zeevaart spelen daarom een belangrijke rol in de Nederlandse economie. De rivieren Rijn, Maas en Schelde die vanuit de buurlanden binnenstromen en in de Noordzee uitmonden, maken Nederland al eeuwenlang een knooppunt voor de Europese binnenvaart.

Schiphol behoort als mainport tot 's werelds grootste internationale luchthavens. Eindhoven Airport is sinds 2006 het grootste regionale vliegveld van Nederland, Rotterdam The Hague Airport is het tweede regionale vliegveld van het land en fungeert ook voor koninklijke en diplomatieke ontvangsten.

Mede als gevolg van de hoge bevolkingsdichtheid bezit Nederland een zeer dichte infrastructuur. Het autowegen- en spoorwegnet kunnen de groeiende verkeersdruk echter steeds minder goed verwerken. Er is een uitgebreid wegennet van autosnelwegen en autowegen met een totale lengte van circa 116.500 kilometer. Vrijwel alle wegen zijn tolvrij, met uitzondering van een aantal oeververbindingen.

Het spoorwegnet heeft een totale lengte van 2808 kilometer en is een van de drukst bereden spoornetwerken van Europa. De belangrijkste vervoerder van passagiers is de NS. Andere vervoerders met treinverbindingen in Nederland zijn: Arriva, Connexxion, Syntus, Breng, en Veolia. Het stads- en streekvervoer per bus wordt ook grotendeels gereden door deze vervoerbedrijven. In enkele steden rijden lokale vervoerders, en in een groot deel van het Noorden exploiteert Qbuzz de busverbindingen. De Arnhemse trolleybus is het enige nog bestaande trolleybusnetwerk in de Benelux en een van de grootste in West-Europa.

In de agglomeraties van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht rijden trams en sneltrams rond. Metrosystemen zijn alleen in Rotterdam en Amsterdam te vinden. RandstadRail is een lightrailnetwerk rond Den Haag, Zoetermeer en Rotterdam waarin een aantal tram- en metrolijnen en voormalige spoorlijnen zijn geïntegreerd.

Door de korte afstanden binnen de steden, het vlakke landschap en de lage kosten heeft de fiets een groot aandeel in het personenverkeer. Studentensteden als Groningen, Nijmegen en Amsterdam kennen een fietsgebruik van 40% of meer, maar ook andere steden en gemeenten kennen een hoog fietsgebruik. Bejaarde fietsers zijn, anders dan in veel andere landen, heel gewoon.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Nederland